Grammatica
W. Haeseryn en J. de Rooij
1985
28 pagina's
2
Descriptieve grammatica
Grammatica is in eerste instantie beschrijvend. De grammatica bevat de regels die de mens (al dan niet bewust) hanteert om taaluitingen te produceren die in de taal waartoe ze behoren, normaal ofwel 'grammaticaal' zijn. Een boek dat (een deel van) de grammatica van een bepaalde taal weergeeft, is gebaseerd op het mondeling en/of schriftelijk gebruik van die taal, en niet omgekeerd. Dat verkleinwoorden in het Nederlands altijd onzijdig zijn, komt niet doordat het zo in de grammatica (het boek) staat. Het staat zo in de grammatica omdat Nederlandstaligen altijd het vrouwtje, het hondje, het schoteltje enz. zeggen en schrijven, en het eventuele ^-gebruik van een anderstalige in deze gevallen als 'fout' ervaren. Deze regelmaat in het taalgebruik is te vangen in de grammaticaregel: 'verkleinwoorden zijn onzijdig'. De anderstalige die deze regel geleerd heeft, weet nu dat niet alleen de verkleinwoorden die hij al heeft horen gebruiken, maar ook alle andere onzijdig zijn, dus bijv. met het, dit en dat gecombineerd moeten worden.
Uit dit voorbeeld blijkt al, dat het beschrijvende of descriptieve aspect van de grammatica vooral van belang is voor anderstaligen die het Nederlands als tweede taal (d.w.z. in Nederland of Vlaanderen) of als vreemde taal (d.w.z. in andere taalgebieden) leren. Toch kunnen ook Nederlandstaligen die (met de Taalunie) 'streven naar een verantwoord gebruik van de Nederlandse taal' behoefte hebben aan een descriptieve grammatica. Het is nu eenmaal niet zo, dat de gehele Nederlandse taalschat opgeslagen ligt in het geheugen van iedere individuele Nederlandstalige. Vooral als het gaat om oudere taal, bijv. naamvalsvormen, of typische schrijftaalwendingen, zal menigeen zich niet zeker voelen en voor vragen als 'is het te oiten alle(n) tijde(n)T en 'welk betrekkelijk voornaamwoord moet er gebruikt worden in de verbinding het tijdperk vanaf... het verval begon?' een grammatica willen raadplegen.
Het ligt voor de hand te stellen dat een optimale descriptieve grammatica zo volledig mogelijk is. Bij de samenstelling van de ans is dan ook zo goed mogelijk naar volledigheid gestreefd, zonder dat de redactie ook maar een ogenblik de illusie heeft dat de volledigheid bereikt zou zijn. Werkelijke volledigheid is waarschijnlijk ook niet te bereiken, alleen al omdat de taal voortdurend verandert, al is dit duidelijker zichtbaar in de woordenschat dan in de grammatica. Afgezien daarvan zijn er een drietal factoren aan te geven die de volledigheid van een werk als de ans beperkt hebben en ten dele waarschijnlijk altijd zullen blijven beperken.