Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 8

Normen en taal
W. Haeseryn
1987
28 pagina's

XXX(A,tA,\.J\jXXCA.VJ l-ZV^XX |1\V< XVI C4.V_i.X Ll^ll l 11U1 V,U H^ I UV^ll^^l ,3^11, 1l3 V^^Jll J. 1 HA. O. \.J\s X MA, [_/ L/^ll I XV

vraagstuk. Of men zich bij de bestaande situatie neerlegt dan wel naar verandering wil streven, is uiteindelijk een ideologische keuze.

3-5

Afgaand op reacties uit onderwijskringen op de persconferentie bij het verschijnen van de ans (november 1984), menen we te mogen stellen dat in ieder geval in het onderwijs in Vlaanderen duidelijkheid gewenst is over de te volgen weg.

Afhankelijk van de tot stand gekomen keuzes moeten vervolgens gunstige voorwaarden geschapen worden voor de taalgebruikers om de eenmaal aanvaarde of aanbevolen norm goed te leren kennen en hanteren. Daartoe is het zeker nodig te bewerkstelligen dat de klassieke normover-brengende en -verspreidende instanties, zoals onderwijs en media, de norm zelf beheersen en toepassen. We denken hierbij in de eerste plaats aan het onderwijs op alle niveaus, dat op taalgebied nog veel te wensen overlaat. Zolang 'goed Nederlands' alleen iets is voor het vak Nederlands en men daarbuiten maar wat mag aanrommelen, doet zich in wezen dezelfde situatie voor als bij taairubrieken in kranten en op de radio, en blijft het vechten tegen de bierkaai. Een en ander is te verhelpen door bijv. taalzorg tot een onderdeel van alle opleidingen te maken en ook op de toa/kwaliteit van alle leermiddelen voor alle vakken te letten.

In 3.2 is uiteengezet dat taaihantering verschillende aspecten omvat. Bij taalonderwijs en taalzorg kan het dan ook niet gaan om een al te eenzijdige beklemtoning van bepaalde aspecten ten koste van andere (taalzuivering tegenover taalbeheersing in de moderne zin van het woord bijvoorbeeld). Het is geen kwestie van óf-óf, maar van én-én (vgl. Hartung 1984).

4 Specifieke taainormen

4.1

Net als andere normen bestaan taainormen in eerste instantie impliciet. Dialectsprekers bijv. kennen de normen van hun taal, zodat ze elkaar kunnen corrigeren en in staat zijn van bepaalde, van hun normen afwijkende, taaluitingen te zeggen 'dat is geen echt Gents' of'dat zegje zo niet in het Nijmeegs', enzovoorts. Die normen zijn door een lange traditie en in de natuurlijke groei van die taal zo vanzelfsprekend dat er binnen die bepaalde gemeenschap nauwelijks behoefte aan is om ze op te schrijven. Vooral als een bepaald dialect dreigt te verdwijnen, worden de normen ervan uit wetenschappelijke of nostalgische overwegingen vastgelegd. Dat is anders bij talen met een algemener karakter, met name bij stan-

Nederlandse Taalunie