Normen en taal
W. Haeseryn
1987
28 pagina's
recte methode (zoals o.m. het geval is bij Mittins e.a.) en/of van indirecte procedures zoals die welke voor het Engels ontwikkeld zijn door Green-baum en Quirk (1970). Bij directe methodes wordt de informanten gevraagd een oordeel uit te spreken (bijv. goed, slecht of twijfelachtig Nederlands; ook fijnere schalen zijn mogelijk) over bepaalde zinnen of vormen (wat de werkwoordvolgorde aan het eind van de zin betreft bijv. over een zin als: het blijkt dal zij het onmogelijk kan geweest zijn) of een voorkeur uit te spreken voor één van de aangeboden varianten (bijv. het schijnt dat zij het heeft gedaan/gedaan heeft). Bij indirecte methodes wordt de informanten een opdracht gegeven die in se niets te maken heeft met het te onderzoeken variabele taalverschijnsel (i.c. woordvolgorde in de werkwoor-delijke eindgroep). De zojuist gegeven voorbeeldzinnen worden dan verstopt in een serie andere zinnen die het verschijnsel niet vertonen, en er wordt bijv. gevraagd alle zinnen ontkennend te maken. De test moet zo opgezet worden dat de informanten niet (of niet meteen) doorkrijgen waar het werkelijk om gaat. De bedoeling is om na te gaan of de informanten onwillekeurig ook iets aan de te onderzoeken (volgorde) verschijnselen gaan veranderen.
Voor het uit te voeren onderzoek zal een combinatie van beide methodes gekozen worden, omdat bekend is dat werkelijk (taal)gedrag kan afwijken van wat mensen denken dat ze doen en van wat ze als juist, als norm, beschouwen (zie o.m. Oksaar 1968: 77 en Greenbaum & Quirk 1970: 6). Om die reden wordt een taalgemeenschap in de sociolinguïstiek dan ook wel gedefinieerd als een groep mensen die dezelfde taainormen hanteren, en niet als een eenheid op basis van het werkelijke taalgedrag (zie Labov 1972: 158).
Van diverse zijden is al belangstelling getoond voor genoemd onderzoek met het oog op uitbreiding of het opzetten van parallel onderzoek elders. Het uiteindelijke doel van dit soort onderzoekingen is zoveel mogelijk gegevens te verzamelen over taalnormen, die gecombineerd met uit corpora (verzamelingen gesproken en geschreven taalmateriaal) te verkrijgen gegevens over taalgebruik, o.m. aangewend kunnen worden bij het verfijnen en vervolmaken van taaibeschrijvingen zoals de ans.
Op de wijze waarop resultaten van taalkundig onderzoek m.b.t. hedendaags Nederlands zoals hierboven en aan het eind van 4.3 bedoeld is, hun weg kunnen vinden naar bijv. gebruiksgrammatica's en taalverzorgings-boekjes, wordt ingegaan in de notitie Grammatica (W. Haeseryn & J. de Rooij 1985; serie 'Voorzetten', nr. 1).
Ten slotte wordt hier de hoop uitgesproken dat een en ander kan bijdragen tot wat Paul Grebe, de vroegere hoofdredacteur van de Duden, noemt 'wissenschaftlich begründete Sprachpflege' (Grebe 1968: 44). december ig8$