Voorzetten online

Zoeken naar:

Voorzetten 8

Normen en taal

W. Haeseryn
1987
28 pagina's

Inleiding

Misschien heeft het te maken met de veranderende tijdgeest na de jaren zeventig of misschien is het gewoon toeval, maar normen blijken weer 'in' te zijn. Dat valt niet alleen op te maken uit een vernieuwde populariteit van etiquetteboekjes. De laatste jaren is er ook heel wat te doen over nor-menproblematiek in het algemeen en vooral over taainormen.

Als we ons tot het Nederlandse taalgebied beperken, dan constateren we bijv. dat in september 1981 in Amsterdam een tweetal studiedagen gewijd werden aan 'Variatie en norm in de standaardtaal' en dat de taalfilosofe Renate Bartsch enkele diepgaande studies over normen en daarbij optredende normconflicten gepubliceerd heeft (Bartsch 1981, 1984a en 1984b). Aan taainormen en de relativiteit daarvan werd verder aandacht besteed in een artikel van de hand van J. Daan uit 1983. Tot slot vermelden we nog de publikaties (allemaal uit 1985) van F.Jansen, n.a.v. het verschijnen in 1984 van een aantal naslagwerken voor het Nederlands, van G. Geerts, m.b.t. de situatie in Vlaanderen, en van J. Ren-kema, n.a.v. het uitbreiden van de taaiadviesdienst van het Nederlandse Genootschap Onze Taal.

Een en ander betekent niet dat er niet al eerder en door meer auteurs aandacht aan normen besteed zou zijn. Wel hebben wij ons bij het schrijven van deze notitie in de eerste plaats laten leiden door de genoemde artikelen, die getuigen van een verhoogde aandacht voor normen.

Onderhavige notitie is te situeren in het kader van de voorbereidingen van een mede onder auspiciën van de Taalunie door de schrijver uit te voeren onderzoek naar normen voor het taalgebruik. Dat onderzoek kan gezien worden tegen de achtergrond van een overeenkomstige aanbeveling van de Algemene Conferentie van de Nederlandse Taal en Letteren (najaar 1984), opgenomen in het Centrale Document 'Bouwstenen van een Taaluniebeleid'.

Deze notitie heeft een tweevoudig doel: enig inzicht verkrijgen in de ingewikkelde normenproblematiek met het oog op het voorgenomen onderzoek en tegelijk de lezer informatie verschaffen die kan aanzetten tot nadenken over taainormen en hun relativiteit.

In dit stuk wordt de weg bewandeld van het algemene naar het bijzondere. Paragraaf 2 behandelt normen in het algemeen. In paragraaf 3 worden een aantal aspecten van de taalnormenproblematiek belicht. Omdat de Vlaamse situatie een integrerend deel van het onderzoek moet worden, zal de aandacht daarbij, mede gezien de achtergrond van de schrijver, met name toegespitst worden op taalpolitiek i.v.m. Vlaanderen (3.4 en 3.5). Paragraaf 4 gaat over specifieke taainormen en taalzorg en paragraaf 5 ten slotte gaat in op de studie van normen en geeft in 5.2 enige toelichting bij het hierboven genoemde onderzoek.