De kennis van het Nederlands bij buitenlanders en de toetsing en certificering ervan, enkele voorlopige opmerkingen
F. Montens en A.G. Sciarone
1985
40 pagina's
verhouding tot de totale populatie van buitenlanders in Nederland (zie tabel 2 en 3) te verwaarlozen zijn, maar het 'Certificaat Nederlands al Vreemde Taal' zijn aspiraties vertaalt in duidelijk 'binnenlands' wervende propaganda, lijkt het geboden te bezien of zulks wel gewenst is.
3. Nederlands als tweede taal
Wanneer buitenlanders in het buitenland nauwelijks of geen Nederlands blijken te leren, dan zullen zij die kennis kennelijk moeten verwerven na aankomst in Nederland, als tweede taal dus.
3.1. De noodzaak van kennis van het Nederlands als tweede taal
Wie voor langere tijd in Nederland woont, moet een zekere hoeveelheid Nederlands kennen, wil hij 'normaal' kunnen functioneren. Men kan deze stelling omtrent de zowel individuele als collectieve noodzaal van voldoende kennis van het Nederlands vanuit psychologisch en sociaal-wetenschappelijk oogpunt onderbouwen en specificeren.
Deze noodzaak is louter collectief gezien gegeven in het aantal buitenlanders dat 'permanent' in Nederland verblijft. In tabel 2 (overgenomen uit: Kloosterman, 1984) vindt men op grond van gegevens uit de Staatscourant (13 juli 1984, nr. 135) een overzicht van de aan tallen buitenlanders die per 1 januari 1984 in Nederland verbleven.
|
Turken |
156.000 |
|
Marokkanen |
107.000 |
|
West-Duitsers |
45.000 |
|
Britten |
42.000 |
|
Belgen |
24.000 |
|
Spanjaarden |
22.000 |
|
Italianen |
21.000 |
|
Surinamers (Sur. paspoort)* |
11.000 |
|
Overigen |
127.000 |
|
Totaal |
555.000** |
* Surinaamse Nederlanders: 124.00C (schatting).
** 3,9% van de bevolking, migratie-overschot allochtonen: 8.000 in 1983 (13.000 in 1982) levendgeborene allochtonen: 13.000 overleden allochtonen: 1.400 naturalisatie: 11.000 in 1983 (20.0( in 1982)
Tabel 2. Allochtone medelanders (1.1.1984)
17