Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 5

De kennis van het Nederlands bij buitenlanders en de toetsing en certificering ervan, enkele voorlopige opmerkingen
F. Montens en A.G. Sciarone
1985
40 pagina's

te vervallen in illusoire eisen met alle bijbehorende 'ontsnappingspraktijken' en het geschetste gemodder achteraf, dan moeten enerzijds de te stellen eisen zorgvuldig worden (her)overwogen en moet anderzijds bezien worden hoe het staat met de faciliteiten om aan die (eventuele) eisen te voldoen. Omdat er een oerwoud van kwalitatief zeer ongelijke faciliteiten bestaat en er geen duideüjk geformuleerde en algemeen geaccepteerde eisen voorhanden zijn, lijkt het praktisch uit te gaan van de faciliteiten.

3.4. Verplichtstelling en wenselijke faciliteiten tot het verwerven van voldoende kennis van het Nederlands

Historisch gezien, kan men gevoeglijk aannemen dat de aanwezigheid van faciliteiten om in Nederland Nederlands als tweede taal te leren is voortgekomen uit de afwezigheid van faciliteiten in het buitenland om effectief Nederlands als vreemde taal te leren.

Het is dan ook begrijpelijk dat de in het voorgaande vermelde wijziging van het Academisch Statuut (paragraaf 3.2, p. 20) in de tijd samenviel met de werkzaamheden van een werkgroep van de Academische Raad met betrekking tot een 'Cursus Voorbereidende Periode Buitenlandse Studenten'. Het eindrapport (1983) van deze werkgroep bevat een keurige beschrijving van hoe men zich — op universitair niveau — de faciliteiten zou behoren te wensen. Het rapport bevatte dan ook een begroting. Nadat was vastgesteld dat 'het ministerie' geen gelden ter beschikking wilde stellen, werden de activiteiten van de ingestelde 'stuurgroep' op een laag pitje gezet. Parallel aan deze werkgroep van de Academische Raad heeft bij voorbeeld het College van Bestuur van de Technische Hogeschool te Delft een 'Werkgroep ad hoc Opvang Buitenlanders' ingesteld die onlangs (1985) een lijvig rapport heeft voltooid waarin alle problemen, met name rond de faciliteiten en het gebruik dat men ervan zou moeten maken, nog eens op een rijtje zijn gezet. Ook deze nota maakt op haar beurt voorwerp uit van intern ambtelijk overleg.

Alvorens de in Nederland aanwezige faciliteiten om Nederlands te leren op te sommen, lijkt het belangrijk te wijzen op twee punten uit deze laatste nota. Daarmee wordt namelijk duidelijk dat faciliteiten op zich geen waarborg vormen voor het in verhouding tot de uiteindelijke

24

Nederlandse Taalunie