De kennis van het Nederlands bij buitenlanders en de toetsing en certificering ervan, enkele voorlopige opmerkingen
F. Montens en A.G. Sciarone
1985
40 pagina's
TV \J± ll.Vyl, C^fUl ±ö. A-Hl. VYAJOl. --- lH^tt^ tLVZilOll 1LOI V^lö^ltll LLlOO^ll U.C l/ÜLC"
gorieën onderling en hun grote aantal op een zeer grote diversiteit aan faciliteiten om het Nederlands als tweede taal te leren.
2. Zelfs wanneer voor 11 van de 17 categorieën onbekend is hoeveel personen er aan die cursussen deelnemen, kunnen er zo al circa 22.000 personen geteld worden die dit doen. Dit wijst op een in verhouding tot de totale populatie van buitenlanders laag aantal personen dat daadwerkelijk onderwijs Nederlands als tweede taal 'geniet'.
3. Het totaal aantal personen van wie volgens dit overzicht bekend is dat zij deelnemen aan cursussen 'Nederlands voor Buitenlanders' bedraagt slechts circa 10% van het geschatte aantal potentiële deelnemers aan alleen al de categorie 'intensieve taalcursussen'. Dit wijst op een zeer grote 'verborgen' behoefte, met name bij niet-leer-plichtigen (werkenden én werklozen).
Voor wie nader onderzoek wil doen, zij wat betreft de kwantitatieve gegevens aan deze constateringen de volgende opmerking toegevoegd :
4. Men moet zeer voorzichtig omspringen met de bij de overheid beschikbare gegevens. Hoewel bij vertegenwoordigers van andere categorieën een soortgelijke ervaring valt te beluisteren, zij hier slechts vermeld dat bij voorbeeld wordt opgegeven dat er per 1.1.1983 3.047 allochtonen deelnamen aan het wetenschappelijk onderwijs. Bij navraag bij de Centrale Studenten Administratie van de Technische Hogeschool te Delft bleek hun aantal aan deze ene instelling alleen al ruim 1000 te bedragen. De indruk bestaat dan ook dat de bij de overheid beschikbare kwantitatieve gegevens waarschijnlijk mede ten gevolge van het gehanteerde telsysteem chronisch aan de lage kant zijn.
3.6. Evaluatie van de bestaande faciliteiten
Uit de voorgaande paragraaf zal duidelijk zijn geworden dat het allerminst eenvoudig is te komen tot een volledige en kwalificerende inventarisatie van faciliteiten voor het leren van Nederlands als tweede taal. Evaluerende opmerkingen ten aanzien van die faciliteiten zullen derhalve van zeer voorlopige aard zijn.
Ten eerste is niettemin vaststelbaar dat de totaliteit der bestaande faciliteiten zelfs op insiders de indruk maakt van een onontwarbaar
30