Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 5

De kennis van het Nederlands bij buitenlanders en de toetsing en certificering ervan, enkele voorlopige opmerkingen
F. Montens en A.G. Sciarone
1985
40 pagina's

UW1UUU JL^ClCil. JJ1I 11UU1L.

4. Toetsing en certificering van Nederlands als tweede taal

Het in het voorgaande omschreven, voor iedereen toegankelijke onderwijs in het algemene Nederlands, dat opleidt tot een niveau van talige 'zelfredzaamheid' zou logischerwijs kunnen worden afgesloten door toetsing en, bij gebleken voldoende kennis, door het verkrijgen van een certificaat 'Nederlands als tweede taal'.

4.1. Toetsing van voldoende kennis van het Nederlands

Wat de toetsing betreft, is het belangrijk te wijzen op de moeilijkheden die zich kunnen voordoen, wanneer instanties, die zelf het onderwijs verzorgen, pogen te komen tot uniforme toetsing op een uniform niveau (ook wel 'centrale toetsing' genoemd).

Aangenomen dat in dit geval over het niveau weinig discussie mogelijk is (dat wil zeggen als men in kan stemmen met de uitgangspunten die met name in paragraaf 2.5 zijn aangegeven), dan rest slechts de operationalisering daarvan in toetsprocedures. Zonder hier op alle vaktechnische details van de discussie rond de toetsing van taalvaardigheid in het algemeen (en de ten aanzien van de onderhavige problematiek niet relevante schijnbare tegenstelling tussen 'discrete point testing' en 'integrative testing' in het bijzonder [vgl. bij voorbeeld Oller, 1979 en 1983, en de eerste twee nummers van het tijdschrift Language Testing]) in te gaan, kan geconstateerd worden dat bij 'geleerde' (niet zelden op 'zuiver' onderzoek gerichte) wetenschappers de vrijwel algemene neiging bestaat tot het kiezen voor zeer omslachtige, veel tijd rovende, alle mogelijke deelvaardigheden toetsende procedures.

Waar men dergelijke verfijnde toetsprocedures zeer wel kan verdedigen voor instaptoetsen met een duidelijk diagnostische functie (zie bij voorbeeld: v.d. Linden en Janssen-van Dieten, 1984), kan bij toetsing van 'eindkennis' worden gekozen voor eenvoudige (globale) toetsing van het centraal vast te stellen algemene (globale) niveau (zie: Oller, 1979; vgl. ook de resultaten in: Wijnstra, 1983).

Problemen rond toetsing worden waarschijnlijk het best vermeden

36

Nederlandse Taalunie