De kennis van het Nederlands bij buitenlanders en de toetsing en certificering ervan, enkele voorlopige opmerkingen
F. Montens en A.G. Sciarone
1985
40 pagina's
mui uv/guuiuo \jl >uui laiix jLFCglllIlcl O, Ucll Wil Z/CggCll VUU1 IIICIISCU
die net iets te veel weten om in een cursus voor beginners mee te draaien, maar veel te weinig om het onderwijs in een cursus voor gevorderden te kunnen volgen. Deze mensen die 'al Nederlands geleerd hebben' als vreemde taal, zullen in Nederland dus even veel tijd nodig hebben om Nederlands te leren als tweede taal als hun collega's die zonder enige voorkennis van het Nederlands naar Nederland kwamen.
Hoewel het kennisniveau van buitenlanders die aan een universitaire instelling als de T.H.-Delft gaan studeren, omstandig gedocumenteerd is (Montens, 1984), kan hier wellicht ter indicatie worden volstaan met de opmerking dat ondergetekenden nog nooit één enkele Engelsman of Amerikaan onder hen ontmoet hebben, die bij aankomst 'voldoende' Nederlands kende om te gaan studeren.
Wie het uiterst lage kennisniveau van het Nederlands bij aankomende 'universitaire' buitenlanders kent, kan niet anders dan uiterst sombere verwachtingen hebben omtrent het kennisniveau van het Nederlands bij buitenlanders met een lager opleidingsniveau. Hij zal derhalve bij de 'normale' buitenlander die al dan niet na het verwerven van Nederlands als vreemde taal in Nederland arriveert, een kennis van het Nederlands verwachten die nihil is.
2.4. Het 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal'
Voor wat de toetsing en certificering betreft, heeft de ongunstige posi tie van het Nederlands als vreemde taal twee belangrijke neveneffecten Ten eerste is het begrijpelijk dat de instanties die in het buitenland het onderwijs Nederlands verzorgen (met name de lectoraten Nederlands) aan het eind van hun cursussen diploma's willen uitreiken. Mensen die zo'n diploma behaald hebben, denken dat zij Nederlands kennen. Dat blijkt echter bij toetsing hier te lande niet of niet voldoende het geval. Niettemin zullen mensen met zo'n diploma negatief gemotiveerd zijn voor vervolgonderwijs waar zij niet op gerekend hadden (nog afgezien van de taalleergewoontes die ze in het buitenland hebben opgedaan en die vaak rampzalig blijken voor het snel en effec tief leren van Nederlands). Daarbij moet worden opgemerkt dat in het algemeen het onderwijs ■ zeker in de derde wereld slecht is van kwaliteit.
9