Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 3

Spelling en spellingregeling, wettelijke en bestuurlijke aspecten
J. de Rooij en W. Haeseryn
1985
24 pagina's

spelling kunnen spreken. Een dilemma zoals hierboven t.a.v. spelling en grammatica omschreven, doet zich hier niet voor.

3 Hoe wordt er geregeld?

In deze paragraaf zullen twee aspecten worden behandeld van de manier waarop de spelling (en delen van de grammatica: zie paragraaf 2) van het Nederlands sinds 1946/1947 is geregeld: de geleidelijke uitwerking en invoering van de verschillende in het Spellingbesluit en de Spellingwet genoemde elementen (fasering: 3.1) en de onderlinge overeenstemming van de verschillende van overheidswege gegeven regels en richtlijnen (consistentie: 3.2).

3.1 Fasering

3.1.1

In de Spellingwet-1947 wordt bepaald dat de schrijfwijze volgens De Vries en Te Winkel de officiële spelling is, met inachtneming van een aantal regels. Deze regels worden ten dele in de wet zelf gegeven (de spelling van e jee, ojoo, sjsch en het facultatief stellen van -e en -en na een, geen, mijn, uw, zijn, hun en haar, alsmede van de naamvals-?z bij lidwoorden en bijvoeglijke (voor) naamwoorden), ten dele wordt een nadere regeling in het vooruitzicht gesteld. Dit laatste betreft:

•   de spelling van Nederlandse aardrijkskundige namen

•   de spelling van historische namen

•   de spelling van bastaardwoorden

•   de spelling van tussenklanken in samenstellingen

•   de voornaamwoordelijke aanduiding (in de wet minder duidelijk 'het voornaamwoordelijk gebruik' genoemd)

•   het gebruik van genitiefvormen als der, dezer en zijner.

Hetzelfde geldt met één uitzondering voor het Spellingbesluit van 1946. De uitzondering is dat noch in de tekst van het Belgische besluit, noch in het daaraan voorafgaande advies van de Minister van Openbaar Onderwijs sprake is van historische namen. (In de inleiding van de onder 2.3. genoemde lijst Historische woorden worden wet en besluit ten onrechte op één lijn gesteld.) Of het hier een (later goedgemaakte) omissie betreft, dan wel of hier opzet in het spel is, hebben we niet kunnen achterhalen. In ieder geval behoorde een advies over de spelling van historische namen wel tot de taak van de gemengde Woordenlijstcommissie van 1947 (zie De spelling van de Nederlandse taal, p. 79).

Nederlandse Taalunie