Spelling en spellingregeling, wettelijke en bestuurlijke aspecten
J. de Rooij en W. Haeseryn
1985
24 pagina's
les maar ook op straat vijftien cent; Zandvoort lag niet alleen op school maar ook in de vakantie aan de Noordzee - maar wat 'taal' 14 betreft was er dat verschil tussen 'oude spelling' en 'nieuwe
spelling'.
3.2 Consistentie
3.2.1
Een van de belangrijkste innovaties die de Woordenlijst in 1954 bracht, waren de 'dubbelvormen': in veel gevallen werden twee spellingen (bijv. bioscoop, ook: bioskoop; vakantie, ook: vacantie) of twee voornaamwoordelijke aanduidingen (bijv. tafel, v.(m.)) toegelaten. Strikt genomen was het openlaten van twee mogelijkheden in spelling of grammaticaal bepaald woordgebruik niet geheel nieuw: Spellingbesluit en Spellingwet hadden de uitgang -e in woorden als mijn en de naamvals-ra bij bijvoeglijke woorden facultatief gesteld, waardoor 'dubbelvormen' als aan mijne ouders naast aan mijn ouders en van den oudsten zoon naast van de oudste zoon mogelijk werden. Maar hier ging het om taalvormen die vrijwel niemand meer gebruikte (aan mijne ouders) of om volkomen kunstmatige spelvormen waarvan men blij was verlost te zijn (van den oudsten zoon). Dat neemt niet weg dat de Belgische minister van onderwijs het blijkens een circulaire van 5 juli 1946 nodig achtte dat de naamvals-K op de lagere school verder onderwezen zou worden 'aangezien echter in een groot gedeelte van ons taalgebied de gebruikers van de beschaafde omgangstaal de buigings-n nog levendig aanvoelen [...]' (geciteerd uit De spelling van de Nederlandse taal, p. 78). Gaven de 'dubbelvormen' van 1946/1947 nauwelijks aanleiding tot protest, die van 1954 des te meer. Men wilde vastheid, duidelijkheid. Vandaar dat er tegelijk met de invoering van het Groene Boekje een aantal 'uitvoeringsbepalingen' verschenen, die de door de Woordenlijstcommissie gegeven vrijheid weer inperkten. In Nederland werd zowel voor de overheid (in een beschikking van de waarnemend Minister-President, Minister van Algemene Zaken a.i., dd. 26 augustus 1955 no. 44352) als voor het onderwijs (in een circulaire van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen a.i. dd. 23 augustus 1955 no. 909 1 Kabinet aan de scholen) bepaald dat de voorkeurspelling van de bastaardwoorden moest worden gevolgd, terwijl de overheid bovendien nog de 'v.(m.)-woorden' als vrouwelijk moest behandelen. (Op de verschillen in de bepalingen voor overheid en onderwijs wordt ingegaan in paragraaf 4.) In Belgiƫ werd voor ambtelijk en onderwijs-gebruik de voorkeurspelling voorgeschreven in afwachting van