Spelling en spellingregeling, inhoudelijke aspecten
J. de Rooij
1985
72 pagina's
De wijziging met de hoogste prioriteit is ongetwijfeld een nieuwe regeling van de spelling der bastaardwoorden. De huidige regeling - met in zeer veel gevallen een voorkeurspelling en een toegelaten spelling - is van meet af aan (meer nog dan de minder opvallende en in ieder geval slechts één vorm voorschrijvende spelling van de tussenklanken in samenstellingen) voorwerp van ernstige kritiek geweest. Al spoedig na het verschijnen van de Wdl. raadpleegde de overheid haar adviseurs, die het uitwerken van een systeem van regels aanbevalen (zie Geerts e.a., p. 199-200). De Commissie-Pée/Wesselings kreeg de opdracht hiertoe en deed haar voorstellen in pw-i en pw-2 (zie paragraaf 2).
Bij het overwegen van de mogelijkheden voor een nieuwe regeling moeten twee aspecten in het oog gehouden worden: de uniformiteit en de mate van vernederlandsing van de spelling der bastaardwoorden. Uniformiteit betekent allereerst dat er voor alle betrokken woorden één spelling wordt voorgeschreven (dus niet cachot en komplot maar cabaret//cabaret en kandidaat] candidaat). Maar deze uniformering kan inhouden, dat alle woorden die tot eenzelfde categorie behoren op dezelfde manier gespeld worden (dus bijv. cachot, cabaret, candidaat, complot ofwel kachot (c.q. kasjot), kabaret, kandidaat, komplot), dan wel dat binnen eenzelfde categorie verschillende spellingen worden voorgeschreven (dus bijv. cachot en cabaret maar kandidaat en komplot). De keuze tussen deze mogelijkheden hangt (mede) af van de gewenste mate van vernederlandsing.
Een preliminaire vraag bij dit alles is die naar de begrenzing van de categorie 'bastaardwoorden'. Dat alle leenwoorden als zodanig beschouwd zouden moeten worden, is niet de bedoeling van de Wdl., pw-i en pw-2 - waar bepaalde (categorieën van) woorden van vernederlandsing uitgesloten worden -maar blijkbaar wel van Spelling-85. Op deze kwestie wordt hier niet nader ingegaan.
Voor wat de evaluatiecriteria betreft, geldt het volgende. De leerbaarheid zal ongetwijfeld gebaat zijn bij een zo ver mogelijk gaande vernederlandsing en een zo ver mogelijk gaande uniformering (dus één spelling per woord en dezelfde spelling voor dezelfde categorie). Hierbij moet echter wel aangetekend worden dat een aanzienlijk deel van de betrokken woorden geen probleem vormen voor het aanvankelijk spelonderwijs, omdat ze niet tot de woordenschat van het basisonderwijs behoren.
Van wetenschappelijk standpunt is het moeilijk iets werkelijk