Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 4

Spelling en spellingregeling, inhoudelijke aspecten
J. de Rooij
1985
72 pagina's

Inleiding

Spellingregeling door de overheid heeft een traditie van bijna                   5

twee eeuwen. De eerste officiële spelling, tot stand gekomen op

initiatief van de regering van de Bataafse Republiek, was die

van Siegenbeek (1804-1805). In de negentiende eeuw werd

deze spelling gevolgd door die van De Vries en Te Winkel

(1865), in de twintigste eeuw door die waaraan de naam van

minister Marchant is verbonden; als het sluitstuk daarvan is de

in 1954 verschenen Woordenlijst van de Nederlandse taal te

beschouwen.

Voor alle drie deze spellingregelingen geldt, dat ze niet in hun geheel van de ene dag op de andere in beide delen van het Nederlandse taalgebied en in alle sectoren van het openbare leven werden ingevoerd. Zo heeft bijv. schrijver dezes op de lagere school (al) Nederlands leren schrijven, terwijl de overheidsinstellingen, bedrijven, kranten, enz. (nog) Nederlandsch spelden. In de notitie Spelling en spellingregeling. Wettelijke en bestuurlijke aspecten (J. de Rooij en W.Haeseryn), wordt op de wijze van invoering van de spellingregelingen nader ingegaan.

Hier is het vooral van belang een ogenblik stil te staan bij de vraag wat het invoeren van een bepaalde spelling (wijziging) eigenlijk in de praktijk betekent. Het is duidelijk dat het voorschrift 'we schrijven voortaan niet zoo maar ztf totaal andere implicaties heeft dan 'we rijden voortaan niet links maar rechts van de weg'. Wanneer er een nieuwe spellingregeling van kracht wordt, wordt die voorgeschreven voor twee belangrijke sectoren van de maatschappij, die we kunnen samenvatten onder de noemers 'onderwijs' en 'overheid'. Nog afgezien van de vraag wat precies de sancties zijn voor degenen die zich niet aan de spellingvoorschriften houden, kunnen we dus stellen, dat wie niet (meer) aan enige vorm van onderwijs deelneemt en wie niet in overheidsdienst is (en als zodanig min of meer geregeld schriftelijke taaluitingen produceert), zich alleen maar iets aan een nieuwe spelling gelegen zal laten liggen voorzover hij of zij daartoe zelf gemotiveerd en/of in staat is. In de praktijk zal dit laatste natuurlijk wel voor vrij grote groepen in de samenleving buiten de twee genoemde sectoren het geval zijn, maar zeker niet voor iedere particulier in zijn persoonlijk spelgedrag.

Anno 1984 betekent dit dat er ongetwijfeld nog een zij het beperkt aantal mensen van de oudste generatie is die Nederlandsch en zoo spellen (in de spelling van vóór 'Marchant'), een veel groter aantal personen van veertig jaar en ouder die Octo-

Nederlandse Taalunie