Het Certificaat Nederlands en Nederlands als Tweede Taal
L. Beheydt
1987
52 pagina's
Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal
2.1 Algemeen
Het Certificaat Nederlands is een Vlaams-Nederlands project dat als taak heeft binnen het kader van de Nederlandse Taalunie jaarlijks een examen Nederlands als vreemde taal in te richten waaraan een certificaat verbonden is. Binnen de Taalunie is het project gericht op de uitvoering van Artikel 4e van het Taalunieverdrag, nl. 'het gemeenschappelijk bepalen van de toetsstenen voor het behalen van het "Getuigschrift Nederlands als Vreemde Taal" en het gezamenlijk toekennen van het Getuigschrift'. Het Certificaat Nederlands staat onder leiding van een Nederlands-Vlaamse Werkgroep en is ondergebracht bij de afdeling Nederlands van de Université Catholique de Louvain in Louvain-la-Neuve. Aan een Nederlands-Vlaamse staf is voorts de praktische uitvoering toevertrouwd. Het Certificaat bestaat uit examens op drie niveaus: Elementaire Kennis ( = laagste niveau), Basiskennis ( = middenniveau) en Uitgebreide Kennis ( = hoogste niveau), en op ieder niveau uit afzonderlijke toetsen voor de vier vaardigheden: lezen, luisteren, schrijven en spreken.
Wat de niveau-indeling betreft heeft de Werkgroep met het niveau Elementaire Kennis bewust gekozen voor een zo ruim mogelijk haalbare gemeenschappelijke basis. Op het niveau Elementaire Kennis is het in de eerste plaats de bedoeling de vaardigheden te toetsen die strikt nodig zijn om zich in het dagelijkse leven met het Nederlands te redden. De eisen die gesteld worden zijn minimaal in die zin dat ernaar gestreefd is via een afbakening van een beperkte elementaire woordenlijst en een beperkte grammatica het elementaire niveau zo gemakkelijk mogelijk haalbaar te maken. En bovendien zijn voor de produktieve vaardigheden de eisen van morfologische en syntactische correctheid geheel ondergeschikt aan die van begrijpelijkheid en communicatieve effectiviteit. Wat de concretisering van de verwachte vaardigheden voor Elementair niveau betreft, verwijzen wij naar de Algemene Taxonomie van Verbale Communicatie (p. 15 van dit rapport).
Voor Basiskennis is gestreefd naar de omschrijving van een beheersing van het Nederlands waarmee men op een redelijke wijze kan functioneren in een omgeving waarin het Nederlands voertaal is. Woordenschat en grammaticale beheersing krijgen hier meer aandacht, maar blijven toch ondergeschikt aan communicatieve effectiviteit.
Voor Uitgebreide Kennis is gestreefd naar een niveauomschrijving waarbij van de kandidaten een vlotte beheersing van het courante Nederlands wordt verwacht (cf. Rapport bij het proefexamen 'Uitgebreide Kennis' van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (1983)). Er dient nog op gewezen te worden dat een kandidaat op elk niveau voor