Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 7

Het Certificaat Nederlands en Nederlands als Tweede Taal
L. Beheydt
1987
52 pagina's

ocniijvcii          — een upsici over een aciucei unuei werp aan ue nanu van

enkele indicatieve citaten

- een invultekst ter vaststelling van grammaticale, lexicale en tekstvaardigheden

Spreken            - twee minuten voorbereid spreken over een van de opge-

geven onderwerpen

- beantwoorden van een aantal standaardvragen

De examens vinden eenmaal per jaar plaats en wel op of omstreeks de eerste woensdag van mei. De examens worden, zoals gezegd, afgenomen in uiteenlopende examinerende instellingen verspreid over de hele wereld. Voor het examen spreekvaardigheid wordt de prestatie van de kandidaat op cassette opgenomen. Voor het examen luistervaardigheid hoort de kandidaat teksten die op cassette opgenomen zijn. De door de kandidaat afgelegde examens worden dan opgestuurd naar de Examencommissie van het Certificaat, die ze corrigeert, een gemeenschappelijke norm bepaalt en een beoordeling geeft. Op grond van die beoordeling wordt dan door de Nederlandse Taalunie al of niet een (deel)certificaat toegekend. Het Certificaatsexamen is dus een examen met afstandsbediening, dat centraal wordt opgesteld, gecorrigeerd en geëvalueerd. Het werkt volgens een unit-credit-systeem, in die zin dat vier deelcertificaten van één niveau kunnen worden ingeruild tegen een volledig certificaat van dit niveau. Voor meer details over de wijze van examineren en de vorm van de examens verwijzen wij naar de brochure 'Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal'. In wat volgt zullen wij ingaan op het specifieke karakter en de theoretische uitgangspunten van het Certificaat Nederlands.

2.2 Beheersingstoetsen

In de eerste plaats zijn de toetsen van het 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal' beheersingstoetsen. Met de term 'beheersingstoets' bedoelen we het type toets dat in het Engels gewoonlijk proficiency test wordt genoemd. Anders dan een studietoets, waarmee de kennis van behandelde leerstof of van een cursus (onderdeel) wordt onderzocht, is een beheersingstoets erop gericht vast te stellen in hoeverre een kandidaat in staat is, receptief en/of produktief, zijn taalvaardigheid in concrete taalsituaties te gebruiken. De beheersingstoets sluit dus niet aan bij een specifieke cursus of een bepaalde didactische methode. Beheersingstoetsen zijn volkomen cursus-onafhankelijk. Daarom ook is er voor het Certificaatsexamen geen cursus voorhanden. De certificaatsexamens hebben niet tot doel na te gaan in hoeverre een kandidaat een bepaalde leerstof beheerst, maar wel wat de concrete taalvaardigheid van een kandidaat is in een feitelijke taalgebruikssituatie. De vraag is dus: Wat kan een student in het Nederlands?, niet: Wat kent een student van het Nederlands? Vandaar dat er in

Nederlandse Taalunie