Het Certificaat Nederlands en Nederlands als Tweede Taal
L. Beheydt
1987
52 pagina's
is de kandidaten taaigebruikstaken te laten uitvoeren die inhoudelijk en functioneel zo dicht mogelijk normale taalgebruikssituaties benaderen. Natuurlijk schept dit uitgangspunt problemen. Vooreerst is het erg moeilijk om in toetsen reële communicatie te simuleren, ten minste als men de toetsen betrouwbaar en geldig wil maken (Weir 1981, Alderson 1981). Bovendien wordt men bij gebruik van beheersingstoetsen, meer dan bij gebruik van studietoetsen, geconfronteerd met de vraag naar de afgrenzing van niveaus van beheersing. De afbakening van bijvoorbeeld Elementaire Kennis, Basiskennis en Uitgebreide Kennis, zoals onderscheiden in het Certificaat is niet eenvoudig, als er niet een welafgelijnde cursusin-houd is waar de toetsen op gebaseerd kunnen worden. Voor de potentiële kandidaten stelt zich dat probleem minstens even scherp: hoe kunnen zij weten wat er bedoeld wordt met elementaire vaardigheid of met basisvaardigheid? Er is met andere woorden behoefte aan een praktische omschrijving van de niveaus 'Elementaire Kennis', 'Basiskennis' en 'Uitgebreide Kennis'. Die praktische omschrijving moet, in aansluiting bij het eerder besproken uitgangspunt, in de eerste plaats een.omschrijving zijn van wat de taalgebruiker verondersteld wordt te kunnen doen met het Nederlands. Wat er dus nodig is, is een lijst van de verbale vaardigheden die een taalgebruiker op een bepaald niveau moet beheersen. Die lijst noemen wij de algemene taxonomie van verbale communicatie. Het is een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de communicatieve vaardigheden waarover een kandidaat op een bepaald niveau moet beschikken, wil hij het certificaat van het desbetreffende niveau behalen. Voor het Certificaat Nederlands staat die taxonomie afgedrukt in de Brochure van het Certificaat zodat de kandidaat kan weten wat van hem verwacht wordt. De taxonomie staat ook afgedrukt op de achterkant van de certificaten en deelcertificaten. De volledige taxonomie hebben wij op blz. 18 opgenomen. Examenkandidaten kunnen eruit aflezen welke communicatieve verwachtingen er gesteld worden om een certificaat of deelcertificaat te behalen, en omgekeerd naar welk certificaat ze moeten streven om een bepaald niveau te bereiken.
Voor de toetsconstructeurs dient diezelfde lijst als richtsnoer voor het opstellen van de toetsen. De toetsen dienen een vorm te krijgen die in overeenstemming is met deze omschrijvingen. Op die manier fungeert de taxonomie als een gemeenschappelijke maatstaf voor toetsconstructeurs en kandidaten en eventueel zelfs voor docenten, die hun onderwijs op een dergelijke taxonomie kunnen baseren en eventueel de streefniveaus binnen hun cursus op deze certificaatsniveaus kunnen afstemmen. Toets-technisch is het gebruik van een taxonomie een voorwaarde voor valide toetsing (Luijten 1979, 66-67). Ook praktisch heeft zo'n taxonomie haar nut. Werkgevers kunnen bij de aanstelling van niet-Nederlandstalige personen die een certificaat nvt bezitten, de daarmee corresponderende