Het Certificaat Nederlands en Nederlands als Tweede Taal
L. Beheydt
1987
52 pagina's
bij de meest recente internationale trends in het onderzoek naar geschiktheid van toetssystemen en toetsvormen.
In een groots overzichtsartikel van 1983 dat de prestigieuze titel Lan-guage Testing: Past and Current Status Directions for the Future draagt, schrijft John L. D. Clark dat de gewenste ontwikkeling op het gebied van toetsen zal moeten gaan in de richting van 'practical attention to curriculum free direct proficienty testing as the fundamental performance benchmark for both individual students and language training programs'. Dat is nu precies waar de examens van het Certificaat op gericht zijn. Ook Omaggio schrijft in haar Methodology in Transition. The New Focus on Proficienty (1983) dat de 'future direction' van het talenonderwijs en het toetsen moet uitgaan van het principe van de 'language profi-ciency' en zij voegt daaraan toe dat daarom het ontwikkelen van 'profi-ciency descriptions' ofwel 'taxonomieën van verbale vaardigheden' voor verschillende niveaus van taalbeheersing absolute prioriteit moet krijgen. Voor het Nederlandse taalgebied en voor de Nederlandse taal is de verbale taxonomie van het 'Certificaat' de eerste uitgewerkte versie van een dergelijke niveaubeschrijving waar ook een in de praktijk functionerend toetssysteem op aansluit.
2.4 Moeilijkheidsgraad
Een vraag die meteen rijst bij beheersingstoetsen als die van het Certificaat betreft de moeilijkheidsgraad van de examens. Hoe wordt die vastgesteld? Hoe weten toetsconstructeurs dat een examen op een bepaald niveau niet te gemakkelijk of te moeilijk is?
Vooraf moet er op worden gewezen dat toetsdeskundigen het er in het algemeen over eens zijn dat er geen waterdichte linguïstische methode bestaat om niveaus van taalvaardigheid te onderscheiden (Spolsky 1973). Wel zijn er in linguïstiek allerlei middelen bedacht om de moeilijkheidsgraad van teksten te bepalen (voor een overzicht zie Van Hauermeieren 1975; Beheydt 1981; Staphorsius & Krom 1985). In het algemeen komen die hierop neer dat men wat de receptieve vaardigheden betreft de woordenschat beperkt en de syntactische complexiteit onder controle houdt. Dat is ook de methode die bij het Certificaat wordt gebruikt. De teksten voor leesvaardigheid en de dialogen en teksten voor luistervaardigheid zijn nauwkeurig gecontroleerd op woordenschat en zinsbouw. De woordenschat waarop de toetsen Elementaire Kennis gebaseerd zijn, is beperkt tot de 880 woorden van de Woordenlijst elementaire kennis', met dien verstande dat per vaardigheidstoets 5% van de gebruikte woord types mag bestaan uit woorden die niet in deze Woordenlijst voorkomen (zie Brochure 1983, 14-21). De woordenschat waarop de toetsen Basiskennis gebaseerd zijn, is vervolgens beperkt tot de 2044 woorden van het 'Basiswoor-