Het Certificaat Nederlands en Nederlands als Tweede Taal
L. Beheydt
1987
52 pagina's
Inleiding
In 1985 is in de serie Voorzetten van de Nederlandse Taalunie een rapport verschenen van F. Montens en A. G. Sciarone over Nederlands bij buitenlanders. In dat rapport 'worden enige voorlopige opmerkingen gemaakt over de kennis van het Nederlands bij buitenlanders en de toetsing en certificering daarvan'. Daarbij komt ook de relatie ter sprake tussen het 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal' en de eventuele toetsing en certificering van de kennis van het Nederlands van anderstaligen in Nederland. Op het rapport van Montens en Sciarone is uitvoerig en rechtstreeks gereageerd door de Werkgroep Certificaat Nederlands als Vreemde Taal in een stuk dat de titel draagt 'Reactie op F. Montens en A. G. Sciarone "Enkele voorlopige opmerkingen over de kennis van het Nederlands bij buitenlanders en de toetsing en certificering ervan'" (Lou-vain-la-Neuve, november 1985). Voor belangstellenden is deze reactie verkrijgbaar op het adres van het Certificaat Nederlands in Louvain-la-Neuve. Anderzijds is het rapport van Montens en Sciarone ook de aanleiding geweest tot een omstandige positiebepaling van het 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal' met betrekking tot de problematiek Nederlands als Vreemde Taal/Nederlands als Tweede Taal. Deze notitie is een verslag daarvan.
Sinds 1976 wordt er door het 'Certificaat Nederlands' voor niet-Neder-landstalige volwassenen een examen georganiseerd waaraan een certificaat verbonden is. In 1986 hebben 1660 kandidaten in 99 verschillende instellingen, verspreid over 20 landen, examen afgelegd voor dit certificaat. Dit 'Certificaat Nederlands' dat ressorteert onder de Nederlandse Taalunie is oorspronkelijk ontwikkeld voor Nederlands als Vreemde Taal en de vraag rijst of dit examen ook bruikbaar is voor Nederlands als Tweede Taal. Een gefundeerd antwoord op deze vraag kan slechts gegeven worden op grond van een analyse van het verschil vreemde taal tweede taal en een daarbij aansluitende bezinning op de huidige vorm van het examen van het Certificaat. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met een aantal praktische en taalpolitieke aspecten van het onderscheid tweede taal vreemde taal.
In het hiernavolgende rapport wordt gepoogd een antwoord te formuleren op de hier gestelde vraag. Daarbij is uitgegaan van de integratie-gedachte die ter grondslag ligt aan het beleid van de Taalunie. Dat betekent concreet dat in dit rapport het Nederlands beschouwd wordt als de gemeenschappelijke standaardtaal van Nederland en van de Vlaamse Gemeenschap in België. Dat betekent ook dat bij de discussie rekening gehouden is met de Nederlandse en de Vlaamse situatie.