Nederlands als tweede taal in het onderwijs, praktijkbeschrijvingen uit Nederland en Vlaanderen
Redactie: Sjaak Kroon en Ton Vallen.
1995
228 pagina's
I
Nederlands als tweede taal in het onderwijs
Achtergronden en uitgangspunten van Nederlandse en Vlaamse praktijkbeschrijvingen
Sjaak Kroon en Ton Vallen
1 Inleiding en aanleiding
Nederland en Vlaanderen tellen samen ruim twee miljoen van oorsprong niet-N derlandstalige inwoners. Het gaat hierbij in belangrijke mate om mensen die behoren tot de zogenoemde allochtone etnische minderheidsgroepen, dat wil zej gen immigranten en hun kinderen en kindskinderen van wie de sociaal-culturele achtergronden in aanzienlijke mate verschillen van die van autochtone Nederlar se en Vlaamse bevolkingsgroepen (Kroon & Vallen, 1989). Deze mensen moete maatschappelijk functioneren in een omgeving waarin de meerderheidstaal - he Nederlands - niet hun moedertaal is. Dat dit vaak met aanzienlijke problemen g paard kan gaan, is inmiddels voor Nederland en Vlaanderen uitvoerig gedocumt teerd in verslagen van wetenschappelijk onderzoek, overheidsdocumenten en periodieke statistische overzichten (zie bijvoorbeeld Tesser, 1993 en Ramakers, 1993). Een van de niveaus waarop de ongelijke participatie van leden uit alloch ne etnische minderheidsgroepen het duidelijkst tot uitdrukking komt, is het onderwijs. Scholingsgraad en schoolsucces zijn in belangrijke mate bepalend v( de verwerving van perspectiefrijke maatschappelijke posities. Het is met andere woorden niet voor niets dat er in zowel Nederland als Vlaanderen, als onderdee van het meer algemene minderhedenbeleid, al geruime tijd en in ruime mate spi ke is van beleidsinitiatieven en -maatregelen die gericht zijn op een optimale deelname van allochtone leerlingen aan het onderwijs als voorbereiding op een niet bij voorbaat etnisch-specifiek negatieve schoolloopbaan en maatschappelijl carrière.
Behalve op intercultureel onderwijs en onderwijs in de eigen taal (en cultuur) het overheidsbeleid daartoe met nadruk gericht op Nederlands als tweede taal -dan niet als onderdeel van het Onderwijsvoorrangsbeleid. De aandachtspunten i dat verband zijn gevarieerd. Het kan gaan om Nederlands als tweede taal (NT2) apart vak voor zij-instromende allochtone leerlingen, maar bijvoorbeeld ook on-Nederlands als instructietaal in de zaakvakken of om geïntegreerd onderwijs Ne derlands als eerste en tweede taal in etnisch gemengde groepen. En het betreft a niveaus van het onderwijs.
Beleid en praktijk op het gebied van Nederlands als tweede taal zijn niet altijd i
p.llrfi^r in rtvprppnc("ATYimïna T*ïi** prtnctotormft toI Kit Kalai/lftviolrafP i-kz-wVl* ^.nAnt-tt