Voorzetten online

Zoeken naar:

Voorzetten 47

Verwantschap en verscheidenheid, Het Secundair Onderwijs in Vlaanderen, het Voortgezet Onderwijs in Nederland - een vergelijking


1995
212 pagina's

ne humaniora, de middelbare school en de vele typen technisch onderwijs. Op deze manier groeide het secundair onderwijs steeds meer uit tot een categoriaal c derwijsstelsel.

2.2 Nederland

In de eerste helft van de 19de eeuw weegt ook in Nederland de maatschappelijke druk om tot een meer moderne algemene vorming te komen zwaar op de Latijnse scholen. In 1838 worden zogenaamde 'tweede afdelingen' ingesteld aan de Latiji se scholen. De eerste afdeling blijft de ideale vooropleiding tot de universiteit, d< tweede heeft een meer algemeen vormend programma - gelijkend op dat van de Franse scholen - en is gericht op de hogere maatschappelijke functies.

Deze ontwikkeling is vergelijkbaar met die in België (één school met twee afdi lingen), zij het dat de Latijnse scholen af te rekenen hebben met de succesvolle Franse scholen. De nieuwe 'aanhangsels' (afdelingen) kunnen nauwelijks succes vol worden genoemd.

De Franse scholen ontwikkelen zich vrij naast de Latijnse scholen en spelen in op de interesse voor vreemde talen en natuurwetenschappen. Ze bestaan in de vorm van dagscholen en van (vaak zeer dure) kostscholen en instituten. Het gaat om een kwantitatief grotere groep dan de Latijnse school, al maakt in Nederland, evenals in België, slechts ongeveer 3% van de leerlingen in de leeftijd van 12 tot 17/18 jaar er gebruik van (tegenover 1% dat gebruik maakt van de Latijnse school).

Ook in Nederland vaardigt men een wet uit op het middelbaar onderwijs (MO-wet) die, zoals de Belgische wet van 1887, bepalend is voor het uitzicht van het voortgezet onderwijs tot een heel eind in de 20ste eeuw. De wet van 1863 op het middelbaar onderwijs (verbonden met de naam van Thorbecke) rekent de burgerscholen, de hogere burgerscholen, de middelbare scholen voor meisjes en de poly-technische school te Delft tot het middelbaar onderwijs (zie Figuur 2).

Allereerst is er de tweejarige (lagere) 'burgerschool', bestemd voor de toekomstige ambachtsman en de (kleine) landbouwer. Men verschaft er algemeen vormend onderwijs met een technische of landbouwkundige gerichtheid, dat zowel in de vorm van dag- als avondonderwijs wordt aangeboden. In tegenstelling tot de avondschool krijgt de dagschool (door de economische thuissituatie van de leerlingen: velen van hen werkten overdag) nooit het succes waarop men gehoopl heeft.

Voor de 'hogere' burgers, werkzaam in de handel, nijverheid en staatsdienst, wordt de Hogere Burgerschool (HBS) opgericht, bestaande uit twee vormen: een driejarige en een vijfjarige cyclus. Net als in de burgerschool gaat het ook hier niet in eerste instantie om een beroepsopleiding.

De HBS zou het meest succesvolle schooltype worden, succesvoller dan het gymnasium. De oprichting, in de tweede helft van de negentiende eeuw, van prak tijkgerichte scholen, zoals ambachtscholen voor jongens en huishoud- en industriescholen vnnr mpkip« ctsat Ha ^nt^/iVb-alinnr iron a^ udo «:~*- :- j~ —-