Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's
Blokl
Methodologische diversiteit
Knuvelder voorbij - voorbij Knuvelder? Lezing D. De Geest
De eerste voordracht wordt uitgesproken door de heer D. De Geest (Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen/Departement Literatuurwetenschap Katholieke Universiteit Leuven).2
Afgelopen jaar stond de wintercursus van de Onderzoeksschool Literatuurwetenschap geheel in het teken van de historiografie van de Nederlandse literatuur. De titel van die bijeenkomst, 'Veertig jaar na Knuvelder', was zowel oriënterend als programmatisch bedoeld. Ook de bijeenkomst van vandaag, die een nooit eerder gezien forum van neerlandici bij elkaar brengt, stond blijkbaar vanaf het begin in het teken van een 'nieuwe Knuvelder'. Over de wenselijkheid van een omvattende literatuurgeschiedenis, die na én in de plaats zou komen van Knuvelders Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde, is ogenschijnlijk iedereen het eens. De concrete realiseerbaarheid van zulk een ambitieus project blijkt evenwel, zo is uit de eerste reacties reeds gebleken, op veel minder instemming te kunnen rekenen. Daarmee weerspiegelt de Nederlandse literatuurstudie ten volle de paradoxale situatie die ook in de algemene literatuurwetenschap met betrekking tot de literaire historiografie de toon aangeeft. De frase 'Hoe het zou moeten en toch niet echt kan'3 van Van Gorp is onderhand in ons taalgebied uitgegroeid tot een ware boutade.
Daarbij komt nog dat nauwelijks een drietal jaar geleden het lijvige verzamelwerk Nederlandse literatuur, een geschiedenis het licht zag, een project waaraan trouwens door een meerderheid van dit gezelschap is meegewerkt. Ook deze NLG diende zich, blijkens het 'Woord vooraf' van de redactie, reeds expliciet aan als
2 Met dank aan alle collega's met wie ik over deze tekst, en de talrijke voorontwerpen ervan, van gedachten heb mogen wisselen: H. van Gorp, G. Claessens, M. van Vaeck, en vanzelfsprekend ook E. Vanfraussen en I. Mestdagh, mijn medewerkers aan het project 'Literatuur en literaire kritiek in Vlaanderen tijdens de Tweede Wereldoorlog'.
Zie literatuurlijst, nr. 7.
17