Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's
Methodologische diversiteit
Reactie P.W.M. Wackers
Op deze lezing is gereageerd door drie respondenten, in chronologische volgorde van hun specialisme. Als eerste spreekt de heer P.W.M. Wackers (docent Middelnederlandse letterkunde, Katholieke Universiteit Nijmegen).
Om te beginnen wil ik één stap terugdoen. De methodologie is namelijk altijd middel en geen doel. Als wij willen praten over de methodologische aspecten van een grote onderneming als de onderhavige, moeten wij ons eerst afvragen wat het doel van die onderneming is. Ik moet zeggen dat wat mij betreft er voor de vakbeoefenaren geen reden is om te streven naar een nieuwe algemene of complete literatuurgeschiedenis. Mijn indruk is dat de specialisatie zover is voortgeschreden dat de meesten van ons hun eigen periode nauwelijks nog overzien, laat staan dat zij er behoefte aan zouden hebben zich te mengen in de discussies over andere periodes.
Wél is er een enorme behoefte aan syntheses per periode. Overal is de omvang van het onderzoek zo toegenomen dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Die syntheses zouden wat verantwoording en documentatie betreft het niveau moeten bereiken waarnaar literatuurgeschiedenissen als die van Knuvelder, Te Winkel en anderen hebben gestreefd. Ze behoeven echter niet in die zin een eenheid te vormen dat zij hetzelfde stramien en concept volgen. Als er per periode een boek is dat rekenschap geeft van de stand van zaken in het specialisme en dat het specialisme ontsluit, is het niet erg dat een ander specialisme een synthese geeft die er heel anders uitziet.
Voor het algemene publiek kan het de moeite waard zijn om een algemene literatuurgeschiedenis te hebben waaraan een zekere uniformiteit ten grondslag ligt. Ik ben wat dit betreft zelf wat weifelmoedig. Ik denk wel eens: wij hebben nu voor de Middeleeuwen een prachtig boek, Handgeschreven wereld. Ook niet-medièvis-ten reageren buitengewoon enthousiast op dit boek, vooral vanwege de heldere taal en de prachtige plaatjes. Als wij nu eens vijf of zes boeken hadden met betrekking tot de periode die begint bij de boekdrukkunst en eindigt bij de literatuur van na de Tweede Wereldoorlog - dat zouden dan boeken moeten zijn die er even mooi uitzien als Handgeschreven wereld en die even helder en stimulerend geschreven zijn - zou dan het algemene publiek in Nederland en Vlaanderen niet gelukkig kunnen zijn? Ik wil hierop overigens niet al te diep ingaan. Ook ik zie wel de behoefte aan een boek waarin men zijn weg gemakkelijk kan vinden, doordat er sprake is van uniformiteit. Ik zie ook wel wat in het streven te laten zien dat bepaalde verschijnselen een langere geschiedenis kennen dan nu aan de hand van onderzoek per periode duidelijk wordt.
D. Hogenelst en F.P. van Oostrom: Handgeschreven wereld. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam, 1995.
27