Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 52

Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's

Veelstemmig akkoord

Ik spreek nu dus over een boek waarvan ik niet voor 100% zeker weet of het er moet komen. Als het er wél zou komen, zou ik er met genoegen aan meewerken. Wat zou de methodologie ten aanzien van zo'n boek voor het bredere publiek moeten zijn? Die methodologie moet gericht zijn op toegankelijkheid en representativiteit en niet op het uitspitten van tegenstellingen en discussiepunten in het vak. Van belang is dat een beeld wordt gegeven van de zaken waar wij in meerderheid achter staan. Adequaat moet worden weergegeven wat op dit moment de krachtlijnen zijn in de huidige vakbeoefening.

Wat zijn dan die krachtlijnen waarop wij elkaar kunnen vinden? Dirk De Geest heeft al gepleit voor een functionalistische benadering en ook ik meen dat dit het uitgangspunt zou moeten zijn. Dit aspect is zeker in de oudere letterkunde zeer dominant; je ziet het ook in de studie van de moderne letterkunde steeds meer. Als je dit weglaat, haal je de basis van het huidige vak weg. Met andere woorden: het functionalistische aspect lijkt mij onontkoombaar. Er zijn echter heel wat tegenstemmen die in de een of andere vorm vragen: hoe kan worden voorkomen dat een dergelijk boek een sociologieboek wordt of een boek over cultuurgeschiedenis; waar blijft de literatuur? Dit is een ingewikkelde kwestie. De Geest heeft hierover al enkele opmerkingen gemaakt. Ik onderstreep dat, als wij die tegenstemmen niet respecteren, er geen consensus ontstaat, en er dus ook geen boek komt.

Daarom zou ik een literatuurgeschiedenis willen bepleiten die uitgaat van literatuur als een maatschappelijk-functioneel verschijnsel, op hoofdlijnen ingedeeld in genres. Hiermee wordt aangesloten bij een aantal door Dirk De Geest gemaakte opmerkingen. Ik neem aan dat een aantal mediëvisten nu zeer verbaasd is, omdat op het congres Grote lijnen Jef Janssens heeft bepleit een literatuurgeschiedenis te maken op basis van genres en dit pleidooi de heftigste discussie van het hele congres opleverde. Heel veel mensen in de zaal, waaronder ondergetekende, vielen over hem heen en riepen dat zoiets niet kon. En nu keer ik op mijn schreden terug. Dat wil ik graag toelichten.

Voor de Middeleeuwen kan mijns inziens een andere structurering, namelijk die naar receptiegebieden of -milieus, beter werken. Ik verwijs naar de laatste drie hoofdstukken van Handgeschreven wereld. Voor latere periodes lijkt mij die indeling evenwel problematisch, al was het maar omdat met de uitvinding van de boekdrukkunst het publiek anoniem wordt en dus ook de receptie zich anonimiseert. Pas in onze eeuw kan men, aan de hand van onder meer lezersonderzoek, weer antwoorden vinden op de vraag wie wat waarom leest.

Ik meen dat een hoofdindeling op basis van genres enkele voordelen biedt. 'Genre' is een literaire categorie. Mensen met reserves ten aanzien van de functionalistische benadering worden daardoor in zekere zin gerustgesteld. Bovendien, als men uitgaat van genres, heeft dat een zeker propedeutisch effect. Ik bedoel hiermee dat voor veel mensen buiten het vak de historische benadering niet zonder meer gemeengoed is geworden. Mijn indruk is dat, als een verhaal wordt verteld

Zie de bundel Grote lijnen, genoemd in de literatuurlijst onder nr. 23.

28

Nederlandse Taalunie