Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's
Methodologische diversiteit
zoekt processen van canonvorming. Dit principe wordt in het debat niet bestreden, maar men wil het criterium van kwaliteit ook niet geheel loslaten.
De bij literatuurgeschiedschrijving te maken keuzen zijn niet alleen pragmatisch van aard, maar noodzakelijkerwijs ook ideologisch. Een cultuur die het eigen verleden beschrijft, definieert daarmee tegelijkertijd zichzelf, bijvoorbeeld bij de vaststelling van het corpus. Die zelfdefinitie speelt ook mee bij de vaststelling van de relatie tussen centrum en periferie. De demarginalisering van vrouwen in de literatuurgeschiedenis, bijvoorbeeld, is begrijpelijk en verdedigbaar als een thans noodzakelijk geachte correctie op taaie en eeuwenoude uitsluitingsmechanismen.
Tekst en context
Verdwijnen de teksten zelf, hun inhouden en hun auteurs niet te veel uit het beeld door de nadruk op netwerken, relaties en instituties? Raken de specificiteit van de literatuur en de immanent-literaire ontwikkelingen niet te veel op de achtergrond? De literatuurhistorie kent een slingerbeweging tussen enerzijds de contextualise-ring en anderzijds de tekstimmanente benadering. Men is het erover eens dat een positie tussen de twee extremen in, het verkieslijkst is. Sociologisch reductionisme moet worden vermeden. Het verhaal over de literatuur moet een verhaal over teksten en mensen blijven; de interne dynamiek van de letterkunde is het uitgangspunt; vervolgens komt het verband met de buitentekstuele factoren.
Een functionalistische benadering laat zich wel degelijk verenigen met aandacht voor literaire inhouden. Te denken is aan registeronderzoek (motieven, thema's, repertoires van betekenissen) en exemplarische interpretatievoorstellen van 'klassieke' werken.
2. Beoogd publiek
Meermalen komt de vraag aan de orde of de nieuwe literatuurgeschiedenis voor vakgenoten/neerlandici of vooreen breed publiek bestemd is. Zijn deze publiekscategorieën verenigbaar?
De wetenschappelijke beoefenaars van de neerlandistiek
Sommigen uiten twijfel aan het wetenschappelijk nut van het project. In de huidige wetenschappelijke praktijk van differentiatie zou een samenvattend standaardwerk achterhaald zijn. Specialisten zouden er toch niet naar grijpen.
Tegen deze bezwaren worden drie soorten argumenten ingebracht. Ten eerste wordt gewezen op de zelfstandige wetenschappelijke waarde van een synthetisch overzicht: een vak dat zichzelf respecteert, moet in staat zijn te tonen wat het bereikt heeft. Elke generatie heeft behoefte aan een eigen synthese, die stoelt op vernieuwde inzichten. Zo'n synthese brengt lacunes in de vakbeoefening aan het licht en is daardoor een impuls voor verder onderzoek. Ten tweede is een standaardwerk belangrijk, doordat het kan dienen als grondslag voor afgeleide producten zoals schoolmethoden, al of niet in gedigitaliseerde vorm. Ten derde hebben, juist door de vergaande specialisering binnen het vak, veel neerlandici behoefte aan adequate informatie over letterkundige perioden en genres die niet tot hun eigen onderzoeksgebied behoren. Dit geldt in sterke mate voor de neerlandis-
39