Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 52

Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's

Veelstemmig akkoord

Lezing F. Willaert

De drie lezingen over de grenzen en geledingen van de neerlandistiek volgen een historische lijn, van de Middeleeuwen naar de huidige tijd. De eerste spreker is de heer F. Willaert (hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen aan de Universitaire Instellingen Sint-Ignatius Antwerpen).

Waar de Nederlandse letterkunde haar grenzen heeft, is een vraag waar rond vooral de modernisten onder ons hevig strijd kunnen leveren. Onlangs sloegen, vanuit de Dietsche Warande, de kruitdampen mij weer in het gezicht.8 Onderzoekers van de klassieke en van de middeleeuwse literatuur lijken zich door zo'n debat minder aangesproken te voelen. De renaissancisten tuinieren rustig verder in een noordelijk en een zuidelijk perceel, de mediëvisten reizen onbekommerd heen en weer tussen Zuid en Noord.

Het gemak waarmee wij - ik bedoel hiermee nu de medioneerlandici - over 'Middelnederlandse letterkunde' spreken, is echter bedrieglijk. Alleen al het feit dat de middeleeuwse bewoners van de Lage Landen niet over een equivalent van ons woord 'Nederlands' beschikten, geeft in dat opzicht te denken. De term 'dietsch' kan daarvoor bezwaarlijk doorgaan, en is trouwens een Vlaams-Brabantse variant van het woord 'duutsch', dat in deze kwestie uiteraard allerminst klaarheid schept.

In een recent artikel heeft de Gentse germanist Luc de Grauwe betoogd dat er in de Middeleeuwen, boven de Continentaal-Westgermaanse dialecten, nog geen sprake was van een zelfstandig Nederlands - en evenmin van een Nederduits of Hoogduits - schrijftaalcomplex. In plaats daarvan moeten wij volgens hem op het gebied van het huidige Nederland, Noord-België, Duitsland, Oostenrijk en het Duitssprekende deel van Zwitserland uitgaan van een continuüm van schrijftaalvariëteiten. Met andere woorden: Middelnederlands, Middelnederduits en Middel-hoogduits zijn in onze huidige vakbeoefening wel moeilijk misbare constructies, maar ze dwingen de historische realiteit in een korset dat haar niet past.

De taal geeft ons dus niet het recht de Middelnederlandse literatuur als een vooraf bestaande gegevenheid te beschouwen, die dan in haar diachronie beschreven kan worden. Is er dan misschien, los van de taal, sprake van een literair leven dat zich binnen de grenzen en op de schaal van de huidige Nederlanden afspeelde? Ook dat is zeer de vraag. In zijn Leidse diesrede, De waarde van het boek, heeft Frits van Oostrom er terecht op gewezen dat het literaire bedrijf in de middeleeuwse Lage Landen in grote mate door kleinschaligheid en verbrokkeling gekenmerkt is: producent en consument lijken vaak dicht bij elkaar te verkeren, de auteur

Zie de literatuurlijst, nr. 21.

o

Zie de literatuurlijst, nr. 24. 10 Amsterdam, 1994.

46

Nederlandse Taalunie