Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 52

Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's

Grenzen en geledingen van de Nederlandstalige literatuur

Algemene discussie

Hierna volgen enkele karakteristieke bijdragen aan de algemene discussie.

Op een vraag van H. Bekkering (Katholieke Universiteit Nijmegen) of de Friese literatuur als subsysteem moet worden opgenomen, antwoordt H.B. Brems het volgende. Het probleem is ook in dit geval weer te herleiden tot de drie criteria van taal, grond- gebied en cultuur, waarbij je in het geval van de Friese literatuur zeker moet stellen dat die zich afspeelt op het grondgebied van Nederland, maar wel in een andere taal is geschreven. Het is weliswaar een vrij theoretisch antwoord, maar ik denk dat er maar één manier is om met dat probleem om te gaan en dat is dat je het benadert op dezelfde pragmatische manier als de grenzen binnen bijvoorbeeld de koloniale literatuur tussen de literatuur die in het Nederlands is geschreven en die in bijvoorbeeld het Papiaments. Ook in dit geval zou je die grens kunnen thematiseren. Je kunt laten zien dat er raakpunten zijn tussen de Nederlandse en de Friese literatuur, hetgeen niet automatisch betekent dat de gehele Friese literatuur in zo'n Nederlandse literatuurgeschiedenis moet worden opgenomen. Maar zo wordt de Friese literatuur in ieder geval ook niet verzwegen.

Dan kom je inderdaad op de vraag die collega Grootes opwierp, een vraag die zich honderden malen zal laten stellen: tot waar ga je dan in concreto? Dat zullen volgens mij toch meestal ad-hocbeslissingen zijn. Je kunt natuurlijk wel een aantal richtlijnen opstellen, zoals het weglaten van de Friese literatuur, voorzover die een volstrekt autonome ontwikkeling heeft doorgemaakt, dus niet verweven is met die van de Nederlandse literatuur. Friese literatuur die duidelijke overeenkomsten en relaties laat zien - dat kunnen auteurs zijn die zowel in het Fries als in het Nederlands schrijven en dat kan Friese literatuur zijn die in bloemlezingen met Nederlandse poëzie wordt opgenomen - zou dan wel kunnen worden opgenomen. Waar die grens exact getrokken loopt, zal telkens opnieuw moeten worden bezien.

Hierbij aansluitend geeft Ph.H. Breuker (Fryske Akademy, Leeuwarden/Universiteit van Amsterdam) voorbeelden van raakpunten tussen de Friese en de Nederlandse letterkunde. De stof voor de historische roman in Nederland wordt over het algemeen geput uit de Friese Middeleeuwen. Vrouwenschrijvers in de zeventiende eeuw, zoals Sybille van Griethuizen en Titia Brongersma, zijn in een bepaald opzicht alleen maar goed te verklaren als ze binnen de noordelijke stadhouderlijke cultuur worden geplaatst, een andere beschaving dan de republikeinse cultuur in Holland. Men zou ook aan de Friese letterkunde aandacht kunnen schenken om de receptie van het Nederlands te verduidelijken. Men zou een belangrijke Friese schrijver kunnen nemen om zo te laten zien hoe zijn poëzie verbonden is met de poëzie van de vroege Romantiek in Duitsland en Engeland en om na te gaan in hoeverre daar ook de Nederlandse vroege Romantiek een rol bij heeft gespeeld. Met een paar goed gekozen Friese voorbeelden kan een aantal onderwerpen treffend geïllustreerd worden.

61

Nederlandse Taalunie