Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 52

Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's

Blok 3

Canon en cultuurhistorische inbedding

In het laatste lezingenblok worden vier voordrachten uitgesproken. Ter afsluiting van de studiedag volgt een algemene discussie.

Lezing W.J. van den Akker

De eerste spreker is de heer W.J. van den Akker (hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde, Universiteit Utrecht).

Ik wil gaarne reflecteren op wat vandaag eerder is gezegd. Eén ding is mij opgevallen. In Nederlandse literatuur, een geschiedenis werd nog met veel verve gezegd dat het grand récit, het grote verhaal, onmogelijk was. Als het werk een volgende druk beleeft, zou ik er een hoofdstuk aan toe willen voegen: '17 januari 1997: meer dan 100 neerlandici komen bijeen in de Eerste Kamer te Den Haag en van enig postmodernisme blijken ze absoluut niets meer te willen weten.' Ik hoor namelijk voortdurend: 'Reconstructie van het verleden' en "Wie ist es eigentlich gewesen?'.

Ik zal overigens zeker geen pleidooi voor het postmodernisme houden. Een nieuwe Knuvelder? Ja, als althans wordt bedoeld een nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis met de status van Knuvelder; neen, als wij het idee van Knuvelder letterlijk nemen en zeggen dat het toch een reeks van gecanoniseerde werken is zonder dat er geproblematiseerd wordt. Want wat mij vandaag ook is opgevallen, is dat er een zekere consensus bestaat, namelijk dat wij niet meer kunnen volstaan met alleen een verhaal te schrijven over datgene wat wij maar even de 'canon' noemen. Wij weten weliswaar nog niet precies waar de grenzen dan wel getrokken moeten worden, maar daarover zal ik straks nog wel iets te berde brengen.

Het verhaal van Dirk De Geest vond ik voortreffelijk. Je kunt aan zijn betoog ook een andere naam, bijvoorbeeld die van Bourdieu, verbinden, maar eerlijk gezegd maakt het voor mij niet zoveel uit hoe het etiket luidt. Waar het om gaat is dat wij overeenstemming bereiken over het feit dat literatuur in een context staat. Dan mag je wat mij betreft de termen van Bourdieu gebruiken of van Dirk De Geest, als wij maar interesse hebben voor de processen van canonvorming: hoe gaat dat nu in zijn werk, die insluiting in of uitsluiting uit de canon? Voorzover ik het kan overzien, is in de poëzie na 1880 die canon overigens niet zo verschrikke-

65

Nederlandse Taalunie