Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 52

Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's

Veelstemmig akkoord

Lezing J.L. Goedegebuure

De tweede spreker is de heer J.L. Goedegebuure (hoogleraar Theorie en geschiedenis van de literatuur in hun betekenis voor de overdracht van literaire teksten, Katholieke Universiteit Brabant).

De afgelopen vijftien jaar is er binnen de internationale literatuurwetenschap volop gediscussieerd over de canon. Zowel het fenomeen 'canon' als de definitie van het begrip 'canon' hebben tot verwoede debatten aanleiding gegeven. In vrijwel alle gevallen is de uitkomst geweest dat literatuurtheoretici en literatuurgeschiedschrijvers kozen voor een verruimde en pluriforme canon, dat wil zeggen een selectie uit de literatuur van alle tijden en plaatsen die in overeenstemming is met de sociale en culturele verscheidenheid van de samenleving in Europa en de Verenigde Staten. Het gegeven dat men vanaf de jaren zeventig binnen het literaire veld is gaan pleiten voor en onderscheid is gaan maken naar vrouwenliteratuur, gay and lesbian literature, Afro-American literature en zo verder, heeft duidelijke repercussies gehad voor het canondebat en voor de canonvorming. In de Verenigde Staten ziet men van deze ontwikkeling de duidelijkste sporen, zowel in de boekhandels als in de school- en universiteitsbibliotheken. Ook in Nederland is er het een ander van doorgedrongen, getuige de aandacht die er binnen de neerlandistiek is ontstaan voor categorieën die vandaag al eerder ter sprake zijn gekomen, zoals Indische letteren, Antilliaanse en Surinaamse literatuur, vrouwenliteratuur, voor homoseksuele identiteit als literair thema, enzovoort.

Het traditionele, dat wil zeggen beperkte en monolithische beeld van de canon is op nog een andere manier onder vuur komen te liggen en dan heb ik niet direct het oog op de hang naar political correctness die er ook in de neerlandistiek toe heeft geleid dat men al dan niet vermeend seksisme en racisme van auteurs als Couperus, Du Perron, Helman en anderen heeft blootgelegd, maar ik heb het oog op het exclusief literaire, dat wil zeggen het schriftuurlijke en het door waarden bepaalde karakter van de traditionele canon. De cultural studies - tegenwoordig hier en daar cultural analysis genoemd - hebben de context rondom de geschreven teksten die al sinds jaar en dag in hoog aanzien staan, aanmerkelijk weten te verbreden. Zo is er ruimte en aandacht ontstaan voor culturele verschijnselen die een relatie met de literatuur onderhouden en die bij de interpretatie en bij de historische beschrijving van literaire teksten bezwaarlijk kunnen worden genegeerd. Afhankelijk van de disciplinaire of methodische aanpak die men als literatuurwetenschapper of literatuurhistoricus voorstaat - men kan de literatuur opvatten als systeem, institutie, corpus taaltekens, communicatie, of wat dan ook - moet men het object van studie, de literaire tekst, in verband brengen mét de aangrenzende systemen, instituties of wat dies meer zij.

Ik zal in het vervolg voorbijgaan aan alle theoretische implicaties van het verruimde begrip 'canon', maar aan de hand van enkele voorbeelden proberen duidelijk te maken wat van de genoemde verruiming van de canon de consequenties zijn voor degenen die de geschiedenis van de Nederlandse en Vlaamse

68

Nederlandse Taalunie