Veelstemmig akkoord, Naar een nieuwe literatuurgeschiedenis
Red.: H.Bekkering en A.J. Gelderblom
1997
128 pagina's
Woord vooraf
Overal ter wereld besteden levende beschavingen zorg aan de cultivering en bestudering van hun letterkundig erfgoed. Literatuurgeschiedenissen vervullen daarbij een onmisbare rol. Door hun historische dimensie steunen ze de culturele continuïteit, zodat ook de actuele letterkunde zichtbaar wordt als deel van een lange traditie. Literatuurgeschiedenissen geven op theoretische inzichten stoelende analyses en bieden een bevattelijke synthese van de op zeker tijdstip binnen de literatuurwetenschap aanwezige kennis en ervaring. Daardoor vormen ze voor wetenschap en samenleving een onmisbaar kennisreservoir; ze fungeren als naslagwerken bij brede publieksgroepen en dienen als basis voor onderwijsmethoden. In deze tijd van massaonderwijs, informatie-uitwisseling en internationaal intellectueel verkeer zijn ze bovendien een belangrijk cultuurpolitiek instrument.
Gemotiveerd door deze overwegingen heeft de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren in 1996 onderzocht over welke literatuurgeschiedenissen het Nederlandse taalgebied thans beschikt. Naast het inmiddels zeer verouderde oeuvre van Knuvelder is Nederlandse literatuur, een geschiedenis van 1993, waaraan ruim honderd deskundigen hebben meegewerkt, het enige werk dat op de titel 'handboek' aanspraak kan maken. Maar ondanks grote verdiensten is Nederlandse literatuur, een geschiedenis door de bewust gekozen fragmentarische opzet niet het synthetiserende standaardwerk waaraan wetenschap, onderwijs en samenleving behoefte hebben.
De Raad heeft tevens geanalyseerd waarom de universitaire neerlandistiek in de laatste decennia niet zelf een groot project voor een nieuwe literatuurgeschiedenis op touw heeft gezet. Er zijn twee belangrijke oorzaken. Ten eerste ontbreekt het de universiteiten in Vlaanderen en Nederland aan tijd en geld om hier zelfstandig plannen te formuleren en tot een goed einde te brengen. Ten tweede leken lange tijd theoretische overwegingen een grote synthese in de weg te staan: men richtte zich in het algemeen hetzij op analyses van afzonderlijke werken, hetzij op contex-tualisering en gespecialiseerde bestudering van literaire verschijnselen in een bepaalde periode of op een beperkte plaats, zonder zich te bekommeren om ontwikkelingen op lange termijn of de mogelijke samenhang van literaire verschijnselen in het gehele taalgebied.
Ten aanzien van dit laatste blijkt zich in de wetenschap in de laatste tijd een verandering voor te doen: de bereidheid om vanuit moderne uitgangspunten toch tot syntheses te komen, is groeiende. Het algemeen gedeelde uitgangspunt daarbij is
7