Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 9

Lessen Nederlands voor anderstalige volwassenen in Nederland, een inventarisatie van cursussen naar doel en opbrengst
S. Verhallen
1987
240 pagina's

PROBLEEM- EN DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK

Zowel Nederland als Vlaanderen zijn meertalig: naast het Nederlands worden er andere (minderheids-)talen gesproken, zowel autochtone (Frans en Fries) als allochtone (o.a. Arabisch, Turks, Italiaans, Maleis, Sranang Tongo en Sarnami Hindi). Naast behoud of'onderhoud' van de eigen (minderheidstaal is een goede beheersing van het Nederlands van groot belang voor niet-Nederlandstaligen, omdat dit het algemene communicatiemiddel is binnen de Nederlandse en Vlaams/Belgische samenleving. Interactie binnen de eigen sub-groep of taalgemeenschap kan in de eigen taal plaatsvinden, maar voor interactie tussen leden van sub-groepen is het Nederlands het enige in aanmerking komende medium.

In Nederland en Vlaanderen zijn er voor anderstaligen verschillende mogelijkheden om op allerlei soorten cursussen Nederlands te leren. Als reactie op de toenemende meertaligheid, veroorzaakt door arbeidsmigratie uit mediterrane landen en immigratie van mensen uit (voormalige) koloniƫn, is er een soort wildgroei ontstaan aan cursussen, methodes etc. Het is niet duidelijk in hoeverre het bestaande aanbod aan voorzieningen adequaat is. Eventueel nieuw beleid op dit punt, gericht op veranderingen in het aanbod of op de eventuele instelling van een Certificaat Nederlands als tweede taal, kan pas verantwoord worden opgezet als er een overzicht beschikbaar is van de huidige voorzieningen.

Het doel van het onderhavige onderzoek is nu zo'n overzicht te verschaffen. Dit overzicht zal gegevens bevatten omtrent de volgende punten c.q. variabelen:

1.   Soort cursus. Hierbij moet het woord 'cursus' in de meest ruime zin worden opgevat, d.w.z. betrekking hebbend op elke mogelijke onderwijsvorm.

2.   Aantal instellingen waar de cursus wordt gegeven c.q. het aantal onderwijsgroepen.

3.   Duur van de cursus (d.w.z. geplande duur met het oog op een te bereiken eindniveau van de deelnemers).

4.   Aantal deelnemers per jaar. (Vanwege het ontbreken van statistische gegevens zal vaak met schattingen moeten worden volstaan.)

5.   Taalachtergrond c.q. etnische achtergrond van de deelnemers.

6.   Gemiddelde leeftijd van de deelnemers (c.q. leeftijdsgroepen).

7.   Taalgebruiksmodaliteiten waar de cursus op is gericht (spreken/ luisteren/schrijven/lezen).

8.   Gebruikte methode, boek enz.

9.   Verondersteld c.q. verwacht aanvangsniveau wat betreft beheersing van het Nederlands door de deelnemers.

10.   Doelstelling wat betreft het te bereiken eindniveau van de cursus.

11.   Leerkrachten c.q. lesgevers (opleiding, al of niet vrijwillig enz.).

12.   Ruimtelijke voorzieningen.

13.   Overige, financiĆ«le voorzieningen.

14.   Eventuele gegevens m.b.t. evaluatie (hier moet met name worden ingegaan op de vraag in hoeverre cursisten het geplande eindniveau halen).

Het overzicht zal alleen gegevens bevatten over cursussen buiten het reguliere dagonderwijs, d.w.z. buiten het basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet onderwijs. Verder moet nog gesteld worden dat het onderhavige te in-

Nederlandse Taalunie