Lessen Nederlands voor anderstalige volwassenen in Nederland, een inventarisatie van cursussen naar doel en opbrengst
S. Verhallen
1987
240 pagina's
6 Financieringsmogelijkheden
Financieringsbronnen voor educatieve activiteiten zijn er legio d.w.z. zeer divers maar zelden ruim.
- De meeste reguliere onderwijsinstellingen worden gesubsidieerd volgens VO-subsidieregelingen vanwege het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (bijv. Vormingswerk jong volwassenen, dag-/avondscholen, MBO-HBO, etc).
Aanvullende bekostigingsmogelijkheden voor het onderwijs vindt men in:
Extra faciliteitenregelingen (bijv. ISK's);
Onderwijsvoorrangsbeleid (bijv. dagcursus NLO/PABO);
Platform leermiddelen (t.b.v. materiaalontwikkeling).
- Door het Ministerie van WVC worden de volgende subsidiemogelijkheden geboden (waarvan enkele i.s.m. andere ministeries):
Rijksbijdrageregelingen sociaal cultureel werk (bijv. voor activiteiten in buurthuizen);
Rijksbijdrageregeling alfabetisering en educatieve activiteiten voor culturele minderheden; de circulaire IPV/001 (t.b.v. niet-intensieve projecten en alfabetiseringsprojecten);
Rijksbijdrageregeling educatie minderheden; uitvoeringscirculaire IPV/002 (t.b.v. intensieve taalcursussen);
Rijksregeling welzijn minderheden (t.b.v. aanvullende activiteiten, niet primair Nederlands taalonderwijs).
- Door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden geboden:
Studiekostenregeling werkzoekenden (hiermee betalen GAB's taalcursussen voor buitenlandse werkzoekenden);
Bijdrageregeling voor scholing in samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven (bijv. activiteiten 'Nederlands op de werkvloer');
Arbeidsvoorzieningsmaatregelen zoals CVV en CBB;
Bijdrageregeling vakopleiding jeugdigen (bekostigt deel van het streekschoolonderwijs).
- Projecten en interdepartementale bronnen:
Er zijn enige activiteiten t.b.v. minderheden maar ook algemene volwasseneneducatieprojecten die door de drie ministeries gezamenlijk worden bekostigd. Voorbeelden hiervan zijn BKE-projecten, Open schoolprojecten, Projecten educatieve netwerken.
Ook worden er activiteiten bekostigd door de Interdepartementale commissie minderhedenbeleid.
Voor een aantal financieringsmogelijkheden is het noodzakelijk dat een aantal verschillende scholen/instellingen een samenwerkingsverband aangaat. Voorts is het zo dat WVC veel rijksbijdragen aan gemeenten geeft op de bredere titel van sociaal cultureel werk. Gemeenten moeten dan een educatief plan opmaken waarin alle activiteiten, de omvang ervan en de eventuele be-kostigingsverzoeken, zijn opgenomen. Daarom zijn er vaak grote verschillen tussen gemeenten.
Men moet er ook niet van opkijken als blijkt dat bepaalde voorzieningen, die in alles gelijk zijn, in de ene gemeente uit deze bron en in de andere gemeente uit een andere bron worden betaald. Ook kunnen er, hoewel van dezelfde subsidieregeling gebruik gemaakt is, grote verschillen zijn in uitgekeerde bedragen.