Enige volkenrechtelijke vragen rond de Nederlandse Taalunie
N. Sybesma-Knol en K. Wellens:
1987
320 pagina's
DEEL1
ALGEMENE INLEIDING
1.2. Enkele algemene opmerkingen 1
1.3. De interpretatie van het Taalunieverdrag 1
1.3.3. Het gebruik van artikelen 31 en 32 1
DEEL 2 VRAGEN EN ANTWOORDEN
2.1. De Taalunie: intergouvernementeel of supranationaal? 2
2.1.1. De begrippen "intergouvernementeel" en "supranationaal" 2
2.1.2. De markantste verschillen; de criteria voor supranationahteit 3
2.1.3. Supranationale elementen in het Verdrag tot oprichting van de Nederlandse Taalunie 3
2.1.4. Conclusie: De Nederlandse Taalunie is een intergouvernementele internationale organisatie 6
2.2.1. Het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht 7
2.2.2. De toepassing van de artikelen 59 en 30 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht 7
2.3. De effecten van de besluiten van het Comité van Ministers op de nationale wetgevingen 9
2.3.3. De uitvoering van verdragen 9
2.3.4. De besluiten van het Comité van Ministers 10
2.3.5. De weerslag van besluiten van het Comité van Ministers 11
2.3.6. Rechtstreekse toepas?eliiklif-id voor besluiten van het Comité van Ministers? 12
2.3.7. Sanctionering van de besluiten van het Comité van Ministers: wie houdt er toezicht? 13
2.4.1. De tekst van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie: artikel 4, b 14