Enige volkenrechtelijke vragen rond de Nederlandse Taalunie
N. Sybesma-Knol en K. Wellens:
1987
320 pagina's
2.4.2. Hoe ontstond de huidige situatie op het gebied van de spelling? 149
2.4.4. De begrippen "spelling", "officiële spelling", "schrijfwijze" en "spraakkunst" 156
2.4.5. Beschikt de Nederlandse Taalunie reeds de jure en de facto over deze bevoegdheid? 161
2.4.6. Is er reeds verdragspraktijk inzake de spelling? 162
2.4.7. Weerslag van de besluiten van het Comité van Ministers op bestaande en nieuwe wetgeving 164
2.5. De kwestie van de gemeenschappelijke instellingen 175
2.5.2. De betekenis van artikel 4, a 175
2.5.3. Komt het begrip "gemeenschappelijke instellingen" voor in de algemene rechtsleer? 178
2.6. De Taalunie in internationale fora 186
2.6.2. De tekst van artikel 4, f en g 186
2.6.3. Het optreden naar buiten van (de lidstaten van) de Taalunie: de mogelijkheden 188
2.6.5. De Taalunie c.q. haar lidstaten in internationale fora 193
2.7. De privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid van de Taalunie 201
2.7.2. De tekst van artikel 16,1 van het Taalunieverdrag 202
2.7.3. De algemene problematiek van de privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid 204
2.7.4. De praktijk van de internationale organisaties 208
2.8. De voorrechten en immuniteiten van de Nederlandse Taalunie en van haar ambtenaren 218