Enige volkenrechtelijke vragen rond de Nederlandse Taalunie
N. Sybesma-Knol en K. Wellens:
1987
320 pagina's
gekozen om opdrachten van uitoefening van bepaalde machten niet te beperkt tot de Europese instellingen [66].
In vergelijking met artikel 92 van de Nederlandse Grondwet, valt het op dat daar sprake is van de opdracht van de bevoegdheden zelf en bovendien "dat ook een ruime opdracht van bevoegdheden aan internationale organisaties constitutioneel is" [67]. Aangezien het verder, aldus dezelfde auteur, "niet van belang (is) of opgedragen bevoegdheden behoren tot wetgeving, bestuur of rechtspraak" [68} is de inhoud van artikel 92 van de Nederlandse Grondwet potentieel ruimer dan de draagwijdte, toe te kennen aan artikel 25 bis van de Belgische Grondwet.
Tenslotte dient er nog op te worden gewezen dat de term "een ieder verbindend" voorkomend in artikelen 93 en 94 van de Nederlandse Grondwet wegens de afwezigheid van een grondwettelijke voorrangsregel in de Belgische Grondwet geen echt equivalent heeft. Wel wordt de term "Belgen persoonlijk zouden kunnen binden" gehanteerd in artikel 68, 2e alinea, maar dan verbonden aan de eis tot goedkeuring door het parlement van dergelijke verdragen. Aan de enigszins gelijkluidende terminologie mag evenwel niet dezelfde betekenis worden toebedeeld. Immers met de termen van artikel 68 worden bedoeld "de verdragen die een weerslag op de persoonlijke, de familie- of de patrimoniale rechten van de Belgen kunnen hebben, zoals verdragen die de tenuitvoerlegging van vreemde gerechtelijke beslissingen regelen, verdragen betreffende de uitlevering, enz." [69]. Anderzijds dient niet uit het oog te worden verioren "que la primauté du droit issu des institutions internationales auxquelles des pouvoirs ont été conférés est Ie corollaire de cette attribution", zoals neergelegd in artikel 25 bis
t7°]-Het bekendmakingsvéreiste van verdragen, én dus ook van besluiten van
internationale organisaties voor zover ze eenieder kunnen verbinden
(artikelen 93 en 95 Nederlandse Grondwet) komt in de Belgische Grondwet
niet voor, evenmin als in de wet. Er is alleen artikel 8 van de wet van 31
mei 1961, dat bepaalt dat "zo er aanleiding is tot bekendmaking van een
verdrag waarbij België partij is, dat verdrag in een oorspronkelijke tekst
in het Belgisch Staatsblad wordt bekend gemaakt met de Nederlandse of
Franse vertaling. Het gebeurt dat de wet, die een verdrag goedkeurt, de
bekendmaking ervan beveelt" [71]. Het Hof van Cassatie heeft echter in een
arrest van 11 december 1953 "gewezen dat het verdrag om de Belgen
individueel te binden, te hunner kennis moet worden gebracht" [72]. Een
eenvoudige vermelding in het Belgische Staatsblad dat de verdragstekst ter
beschikking ligt volstaat niet [73]. "Bij verzuim zullen de rechtsmachten
het verdrag niet toepassen, tenzij het bewijs geleverd wordt dat de
partijen er kennis van hadden" [74].
233. De uitvoering yan verdragen
In de vorige paragraaf hebben we de vraag onderzocht van de voorrang van rechtstreeks werkende bepalingen van verdragen en besluiten van internationale organisaties vanuit het standpunt van het Belgische en Nederlandse constitutionele bestel. We hebben er toen reeds op gewezen dal bij deze vraagstelling ook een belangrijke rol toekomt aan volkenrechtelijke regels zoals die in verdragen en rechtspraak zijn