Witboek vaste boekenprijs, het stelsel van collectieve verticale prijsbinding van boeken in het Nederlandse taalgebied
1987
80 pagina's
ó Collectieve verticale prijsbinding in Nederland
3.1
Ontheffingen
Op grond van de Wet economische mededinging (1956) zijn in 1964 collectieve verticale prijsbindingssystemen in het algemeen onverbindend verklaard. Aan deVereeniging is bij beschikking van de staatssecretaris van Economische Zaken van 31 augustus 1967 ontheffing van dit verbod verleend op grond van de culturele aspecten.
In 1984 heeft de regering twee adviesaanvragen gericht over de wenselijkheid van het voortbestaan van de vaste boekenprijs, de ene aan de Raad voor de Kunst en de andere aan de Commissie Economische Mededinging. Beide adviezen, in 1985 uitgebracht, concluderen vóór handhaving van de vaste boekenprijs, zij het met verschillende motivering en intensiteit.
De Raad voor de Kunst bepleit een wettelijke regeling van de vaste boekenprijs, zoals door deVereeniging in navolging van Frankrijk ook gevraagd was. De regering volgt uiteindelijk het advies van de Commissie Economische Mededinging en besluit in november 1985 tot continuering van een ontheffing van de bestaande privaatrechtelijke regeling wanneer de Wet economische mededinging wordt gewijzigd. De nieuwe ontheffing zal voor 15 jaar gelden en na iedere 5 jaar worden getoetst.
De regering volgt door het opnieuw toezeggen van deze ontheffing de wens die vanuit het parlement al herhaalde malen in moties naar voren was gebracht.
3.2 Procedures tegen prijsbrekers
Vanaf 1977 heeft deVereeniging voor het Nederlandse boekenvak processen gevoerd tegen bedrijven die boeken onder de prijs aanboden. Deze procedures hebben tot de volgende jurisprudentie geleid:
3.2.1 Het Maxisproces
- In april 1977 kondigde Maxis te Muiden (dochteronderneming van Koninklijke Bijenkorf Beheer) via advertenties aan dat 'de vaste boekenprijzen door hen werden doorbroken'.
- DeVereeniging, samen met vijf Nederlandse uitgevers, dagvaardde daarop Maxis in kort geding.
- Op 26 mei 1977 werd het Maxis door de president van de Rechtbank te Amsterdam verboden nog boeken te verkopen beneden de door de uitgevers vastgestelde prijs of strijdig met de leveringsvoorwaarden van de uitgevers voor zover Maxis de betrokken boeken niet aantoonbaar buiten Nederland had gekocht (derhalve gebruikmakend van de zogenaamde parallelle import).
- Daarop tekende Maxis hoger beroep aan tegen dit vonnis. Gelijktijdig diende Maxis een klacht in bij de Europese Commissie tegen de reglementen van de Vereeniging.
- Op 28 december 1977 bevestigde het Gerechtshof te Amsterdam het vonnis van de Rechtbank, waarbij de door de Rechtbank opgelegde dwangsom van