Lessen Nederlands voor anderstalige volwassenen in Vlaanderen en Brussel, een inventarisatie van cursussen naar profiel van cursisten en lesgevers
J. Leman, K. Sergeijssels en W. Geirnaerdt
1987
120 pagina's
Van uitgesproken contacten tussen de instanties of andere organisaties is nauwelijks sprake. Wel zijn er ernstige plannen in die richting om in één of andere vorm te gaan samenwerken en te overleggen.
Hierbij vermelden we nog twee universitaire centra die niet deelnamen aan de enquête : VU.-Brussel en UFSIA-Antwerpen.
2. Taallessen Nederlands in de vrijetijdsbesteding van het gevangeniswezen
Wegens de zeer kleine vertegenwoordiging verdwijnen de gegevens van deze groep in de verwerking van het cijfermateriaal. Vandaar deze beknopte maar vrij individuele toelichting.
Enerzijds bestaat de groep uit taallessen die gegeven worden aan gedetineerden. Een franstalige commerciële organisatie verzorgt o.a. cursussen Nederlands in de Brusselse gevangenissen, en de educatieve dienst van de Leuvense centrale gevangenis organiseert ook een cursus Nederlands voor anderstalige gevangenen.
Algemene gegevens wijzen erop dat de cursus wordt ingeschakeld in een breder vormingsaanbod, dat varieert van talen tot informatica, boekhouding, kooklessen e.d.
Beide initiatieven zijn vrij jong : ze ontstonden in 1981, vooral op vraag van de kandidaat-deelnemers of van de directie die bewust een verantwoord vrijetijdsbe-leid wil voeren. Hoewel na een telefonisch contact met drie andere Vlaamse gevangenissen bleek dat ook deze een gelijkaardig beleid voeren, konden we geen verdere informatie verkrijgen.
Aanvankelijk werden de lessen individueel gegeven. Nu volgen de cursisten ze in klasverband.
De doelstelling van de directies loopt parallel: geïsoleerde gevangenen de kans bieden zich in iets te interesseren. De frequentie van de taallessen is eerder laag: meestal wordt 1 uur per week gegeven, soms 3 uur. De lessen zijn gratis en worden aan groepjes van maximaal 5 personen gegeven, die in het algemeen tussen 25 en 35 jaar oud zijn.
De nationaliteiten van de deelnemers lopen nogal uiteen. De meesten onder hen zijn franstalige Belgen, Noordafrikanen enlurken. De voertaal bij uitstek is het Frans.
Het opleidingsniveau van de cursisten is ofwel niet gekend of het beperkt zich tot lager onderwijs.
Hun motivatie is groot. Dit blijkt uit de regelmatige aanwezigheid en hun actieve deelname aan de lessen, aldus de gegevens.
De leerkrachten zijn relatief ouder dan in de overige sectoren en hebben meestal geen universitaire opleiding genoten. Ze zijn regent, sociaal assistent, onderwiizer.