Lessen Nederlands voor anderstalige volwassenen in Vlaanderen en Brussel, een inventarisatie van cursussen naar profiel van cursisten en lesgevers
J. Leman, K. Sergeijssels en W. Geirnaerdt
1987
120 pagina's
BIJLAGE 8
Financiële ondersteuning van het onderwijs voor sociale promotie
In het onderwijs vallen in principe alle kosten van het onderricht ten laste van de inrichtende macht.
In het Rijksonderwijs is de Staat inrichtende macht. De wedde- en werkingstoelagen worden verleend door het 'Bestuur van beheer van personeel van het rijksonderwijs'. Het gesubsidieerd onderwijs bestaat enerzijds uit het Vrij onderwijs (grotendeels het katholiek onderwijsnet) en anderzijds het Provinciaal en Gemeentelijk onderwijs. InhetVrij onderwijs zijn de weddetoelagen afkomstig van het 'Bestuur van beheer van personeel van het gesubsidieerd onderwijs'. Werkingstoelagen worden verstrekt door de 'Werkingsdienst voor materiële en financiële organisatie'. De financiële tussenkomst van Provincie en Gemeente is beperkt tot het gezondheidstoezicht en de aan de leerlingen verleende sociale voordelen. De Staat verleent wedde- en werkingstoelagen aan scholen, opgenomen in het Koninklijk Besluit 413 van 29/04/1986. Het Vrij onderwijs wordt gesubsidieerd volgens de normen die gelden in hetzelfde onderwij stype in het Rijksonderwijs.
Het bedrag van de per regelmatige leerling verleende werkingstoelagen bedraagt:
- 2.230 BF voor het Lager Onderwijs;
- 6.040 BF voor het Middelbaar Onderwijs;
- 6.960 BF voor het Pedagogisch Hoger Onderwijs van het korte type.
Zoals uit de ministeriële omzendbrief aan de directies van scholen voor sociale promotie blijkt, moet een te subsidiëren school een minimale schoolbevolking hebben, ook per onderwij safdeling. Zo werd het minimum aantal studenten in een talenafdeling van de technische avondleergangen vastgesteld op 18 in de lagere secundaire cyclus, en 12 in de hogere secundaire cyclus.