Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 13

Beter één certificaat in de hand...
J. Leman, K. Sergeijssels en W. Geirnaerdt
1988
88 pagina's

IV EEJN ONDERZOEK NAAK HET FUJNCTlUJNKKIilN VAJN HET TOETSINGSSYSTEEM 'ELEMENTAIR NIVEAU NEDERLANDS' VAN HET CERTIFICAAT NEDERLANDS ALS VREEMDE TAAL (LOUVAIN-LA-NEUVE RESP. NEDERLANDSE TAALUNIE) NAAR LAGER GESCHOOLDE IMMIGRANTEN TOE

Een term die in de vorige hoofdstukken nogal eens terugkomt, is 'sociale redzaamheid'. Zelf spreken we in het vorig hoofdstuk veeleer van 'talige redzaamheid'. Ondanks de vele, uiteenlopende omschrijvingen en definities, die aantonen dat het buitengewoon moeilijk, zo niet onmogelijk is, een alles omvattende beschrijving van 'sociale redzaamheid' te geven, wordt precies dit abstractum door verschillende instanties naar voren gebracht als dé norm bij het beoordelen van taalvaardigheid. Het is duidelijk dat maatschappelijke verwachtingen hier hun rol spelen. Zo is een taalgebruiker 'sociaal redzaam' in een taal Y wanneer deze zich als het ware op een sociale manier kan beredderen in een omgeving waar taal Y de voertaal is.

Dé vraag blijft echter over welke vaardigheden in taal Y deze taalgebruiker verondersteld wordt te beschikken om als 'functionerend' te worden beschouwd.

Naast het moeilijk hanteerbare begrip 'sociale redzaamheid' blijkt een onderverdeling in niveaus, eventueel gekoppeld aan vaardigheden, ook verschillende interpretaties op te roepen. Wanneer beschikt een anderstalige over een elementaire kennis van het Nederlands? Moet deze kennis zich reflecteren in alle vaardigheden, nl. zowel lezen, spreken, luisteren als schrijven? En kan de te toetsen (bijv. elementaire) kennis van een tweede taal van een hoog geschoolde, met betrekking tot alle vaardigheden, vergeleken worden met deze van een laag geschoolde anderstalige?

Dat hoog geschoolden ruime mogelijkheden hebben om hun andere taalkennis te toetsen en op die manier een taaldiploma of een certificaat kunnen behalen, kan met statistieken worden geïllustreerd. Zo weet men dat jaarlijks 3.320 anderstalige kandidaten deelnemen in binnen- en buitenland aan de taaiexamens van de Nederlandse Taalunie (alle niveaus), in de hoop een 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal' in de wacht te slepen. (1)

In het jaarverslag (1984) van het Vast Wervingssecretariaat in België leest men dat in totaal 53.131, meestal franstalige, kandidaten aan de Nederlandse taaiexamens (4 niveaus) deelnamen, van wie 36.225 kandidaten meedongen naar het diploma van niveaus 1 en 2 (niveau van universitair en hoger secundair onderwijs).

Hoe en of laag- tot zeer laag geschoolden toegang vinden tot taaiexamens is onzeker. Gegevens van het Vast Wervingssecretariaat bieden, wat dit betreft, geen uitsluitsel. Men weet dat in 1984 16.907 personen de taaiexamens van niveaus 3 en 4 (niveau van lager secundair en lager onderwijs) doorliepen, maar in de realiteit blijken heel wat hoger geschoolden deel uit te maken van deze groep. Dit wordt verklaard door het

Nederlandse Taalunie