Beter één certificaat in de hand...
J. Leman, K. Sergeijssels en W. Geirnaerdt
1988
88 pagina's
V ÏVYILIL VUUKBE,lü-.L»Jt!/l>l V/Vfl HUXL nE/1 1V1H/1 JLj/HjülvvjJDa^nvujJUUH,
ANDERSTALIGEN IN DE TAALLESSEN NEDERLANDS KAN...
Uit het vorig hoofdstuk mag gebleken zijn dat lager geschoolden, op het eerste zicht althans, minder kans maken op het behalen van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal. Aangezien de Nederlandse Taalunie overweegt een Certificaat Nederlands als Tweede Taal in te voeren, met het oog op de vrij talrijke groep anderstaligen die in Nederland en Vlaanderen Nederlands leert, achten we het nuttig, zo niet noodzakelijk dat ook lager geschoolden hun kans kunnen wagen. Rekening houdend met de idee dat dit certificaat een civiel effect zou krijgen, is het duidelijk dat voor deze populatie elke bijkomende kans om aan de werkloosheid te ontsnappen, een belangrijke troef wordt.
In 'Lessen Nederlands voor anderstalige volwassenen in Vlaanderen' werd reeds weergegeven waar laag geschoolde anderstaligen in Vlaanderen terecht kunnen om Nederlands te leren. Vele van deze initiatieven werken met een te bewonderen inzet en enthousiasme, waar 'professionelen' soms ten onrechte op neerzien. Door een gebrek aan beschikbaar gestelde financiële middelen enerzijds en verkokering anderzijds, blijkt er in Vlaanderen echter een gebrek te bestaan aan een gecoördineerd en gestructureerd geheel van taallesinitiatieven. De praktijk wijst uit dat de kennis van het Nederlands van de cursisten meermaals vrij beperkt is, wat ook te wijten kan zijn aan de vaak niet professionele aanpak van de lessen hoewel dit niet-professionele niet noodzakelijk negatief werkt. Het spreekt vanzelf dat het resultaat van een cursus Nederlands in die gevallen nauwelijks als aantrekkelijk kan worden beschouwd door een mogelijke werkgever.
Toch willen we bij wijze van een positieve noot, twee taallesinitiatieven bespreken die beide, op hun eigen manier, in onmiddellijke samenwerking staan met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Algemeen bekeken hebben deze initiatieven ervoor gekozen laag geschoolde immigranten zodanig op te leiden, ook wat het Nederlands betreft, dat men binnen de bedrijfswereld geneigd zou worden om deze kansarme werklozen, mits ze ook een technische opleiding hebben genoten, aan te werven.
Vanuit de vaststelling dat een (beperkt) aantal textielbedrijven in het Gentse wel geïnteresseerd was in deze vorm van samenwerking, onderzocht de dienst Beroepsopleiding van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, welke de mogelijkheden waren om in overleg met vooral een textielbedrijf, een aantal geselecteerde immigranten een degelijke en beroepsgerichte basiskennis van het Nederlands te bezorgen. Naast het economisch sterker maken van deze werklozen, werden twee bijkomende doelstellingen voor ogen gehouden, nl. de integratie en de emancipatie van de vrij geïsoleerde immigrantenpopulatie.
Uit het voorbereidend onderzoek bleek dat men bij de oprichting van de cursus Nederlands vooraf rekening zou moeten houden met een aantal negatieve invloeden. Zo stelde men vast dat er bij de vreemdelingen-bevolking weinig behoefte bestaat aan contact met nederlandstaligen, laat