Lerarenopleiders over literatuurdidactiek, een onderzoek naar de wijze waarop leraren Nederlands in Nederland en Vlaanderen worden voorbereid op het geven van literatuurlessen
T. Janssen, M. Overmaat, N. Rowan [e.a.]
1988
116 pagina's
overheid in Nederland en Vlaanderen' (Wesdorp, Daems e.a., 1986). In totaal zijn in Vlaanderen 64 docenten aangeschreven.
3.3 Dataverzameling
De vragenlijsten werden in september 1987 verzonden. In een begeleidende brief vermeldden we de bedoeling van het onderzoek. Twee weken later verstuurden we een herinneringsoproep aan diegenen die nog niet gereageerd hadden. Tenslotte hebben we non-respondenten telefonisch benaderd met het verzoek de vragenlijst alsnog in te vullen.
Een deel van de aangeschreven docenten bleek niet tot de door ons bedoelde onderzoekspopulatie te behoren, omdat zij geen litera-tuurdidactiek (meer) gaven. Deze docenten (resp. 14 voor Nederland en 5 voor Vlaanderen) zijn uit de populatie verwijderd.
Het uiteindelijke responspercentage bedroeg voor Nederland 76%, voor Belgiƫ 49%.Tabel 1 geeft een overzicht van de omvang van de respons.
Tabel L Overzicht van de respons
absoluut % van
totaal
Responderende docenten: Nederland 39 76
waarvan werkzaam aan NLO 19 37
MO 8 16
ULO 12 23
Responderende docenten: Vlaanderen 29 49
waarvan werkzaam aan MNS 22 37
Aggr.Opl. 7 12
Ondanks de betrekkelijk intensieve rappelering, was de respons enigszins teleurstellend. Het is ons niet gelukt om de gehele populatie van literatuurdocenten bij het onderzoek te betrekken. Uiteindelijk heeft in Nederland driekwart van de populatie aan het onderzoek deelgenomen, in Vlaanderen ongeveer de helft van de populatie. Enige voorzichtigheid bij de interpretatie van de resultaten is daarom geboden.