Lerarenopleiders over literatuurdidactiek, een onderzoek naar de wijze waarop leraren Nederlands in Nederland en Vlaanderen worden voorbereid op het geven van literatuurlessen
T. Janssen, M. Overmaat, N. Rowan [e.a.]
1988
116 pagina's
4. RESULTATEN VAN HET VRAGENLIJSTONDERZOEK
In de volgende paragrafen doen wij kort verslag van de belangrijkste resultaten van het onderzoek, achtereenvolgens voor Nederland (par. 4.1.) en Vlaanderen (par. 4.2.). We presenteren de resultaten voor het A-, B- en C- gedeelte van de enquête. De resultaten van het D- gedeelte, over de nascholing of bijscholing van leraren Nederlands, komen in hoofdstuk 6 van dit rapport aan de orde.
Ter toelichting van de presentatie van de resultaten het volgende. Om een vergelijking tussen de Nederlandse en Vlaamse gegevens mogelijk te maken, vermelden we percentages, berekend over het aantal respondenten dat de betreffende vraag heeft ingevuld. Dit aantal, dat varieert per vraag, wordt ook steeds vermeld. In enkele gevallen worden deze percentages door staafdiagrammen in beeld gebracht. Voor een volledig overzicht van de enquête-resultaten verwijzen we de lezer naar bijlage 2 van dit rapport.
De meeste vragen konden worden beantwoord door het omcirkelen van één van de gegeven antwoordalternatieven. Waar deze alternatieven samen een schaal vormen, zijn zij van een waarde voorzien (b.v. onvoldoende = 1, voldoende = 2, ruim voldoende = 3). In deze gevallen worden naast de percentages per alternatief ook de mediane waarden gepresenteerd. De mediaan is een maat die aangeeft welke waarde het centrum vormt van een bepaalde scoreverdeling. Een mediane waarde van 1.7 bij een driepuntsschaal, geeft aan dat 50% van de antwoorden valt in het interval van 1.0 tot 1.7 en 50% van 1.7 tot 3.0. Waar het "meetniveau" een betekenisvolle berekening van groepsgemiddelden toeliet, rapporteren we gemiddelde waarden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vragen naar leeftijd en ervaring.
4.1 Nederland
4.1.1 Achtergrondkenmerken van de respondenten
De vragenlijst werd ingevuld door 39 docenten: 13 vrouwen en 26 mannen. Hun leeftijd, variërend van 32 tot 57 jaar, was gemiddeld 43 jaar. Onder hen bevonden zich 19 NLO-docenten, 8 MO-docenten en 12 ULO-docenten.
Zij gaven meestal vakdidactiek en/of letterkunde, soms in combinatie met een vak als taalbeheersing (zie tabel 2).