Lerarenopleiders over literatuurdidactiek, een onderzoek naar de wijze waarop leraren Nederlands in Nederland en Vlaanderen worden voorbereid op het geven van literatuurlessen
T. Janssen, M. Overmaat, N. Rowan [e.a.]
1988
116 pagina's
derheid wel voldoende aan bod. Literatuurdidactiek neemt een middenpositie in.
Tijd besteed aan vakdidactiek en literatuurdidactiek
Het beeld dat we verkregen van de tijd die binnen de opleiding voor didactiek wordt uitgetrokken, is verre van nauwkeurig en laat ook geen vergelijking toe met het totaal aantal uren van de opleiding. Een niet te verwaarlozen aantal respondenten (bijna de helft) liet deze vraag onbeantwoord. Een vaak gemaakte opmerking was dat de tij ds ver deling eigenlijk moeilijk in te schatten is.
Uit de antwoorden die we kregen, maken we op dat over vier jaar gemiddeld 136 college-uren worden besteed aan vakdidactiek, waarvan 31 uur (23%) aan literatuurdidactiek. Hierbij moet worden opgemerkt dat de vakdidactiek aan de universiteiten bijna uitsluitend in de laatste twee studiejaren geconcentreerd is, terwijl het onderwijs in didactiek aan de Middelbare Normaalscholen driejaar beslaat.
4.2.3 Het programma literatuurdidactiek
Zoals we eerder vermeldden, vormde deel C de kern van de vragenlijst. Hierin trachtten we zicht te krijgen op de wijze waarop de docenten hun studenten voorbereiden op het geven van literatuuronderwijs. Daartoe vroegen we hen naar:
- de vorm van het leerplan (open of gesloten);
- de gebruikte achtergrondliteratuur;
- de feitelijke bestede en de gewenste aandacht voor verschillende literatuurdidactische onderwerpen;
- de expliciet behandelde deelonderwerpen.
Tenslotte stelden wij hen vragen over de samenwerking met collega's en over de problemen die zij bij het geven van literatuurdidactiek ervaren.
Open of gesloten leerplan?
Hoe vaak werken opleiders met een gesloten, halfopen of open leerplan bij literatuurdidactiek? Deze vraag kon beantwoord worden op een vierpuntsschaal (1 = nooit, 2 = soms, 3 = vaak, 4 = altijd).
Figuur 6 laat de percentages respondenten zien die zeggen het betreffende type leerplan nooit, soms, vaak of altijd te gebruiken.
Uit deze figuur blijkt dat de overgrote meerderheid van de respondenten vaak of altijd een leerplan gebruikt dat gedeeltelijk vooraf gestructureerd is, maar dat ook ruimte biedt om in te spelen op de wensen van de studenten: een halfopen leerplan. Een uitgesproken gesloten of open leerplan komt veel minder vaak voor.