Lerarenopleiders over literatuurdidactiek, een onderzoek naar de wijze waarop leraren Nederlands in Nederland en Vlaanderen worden voorbereid op het geven van literatuurlessen
T. Janssen, M. Overmaat, N. Rowan [e.a.]
1988
116 pagina's
5.2 Vlaanderen
In de interviews werden drie vragen gesteld. Kunt u kort vertellen hoe de opleiding tot leraar Nederlands in elkaar zit ? Kunt u iets meer vertellen over het onderdeel literatuurdidactiek dat u verzorgt? Bent u tevreden over het programma dat u geeft?
Daarnaast hadden we nog een lijst van aandachtspunten opgesteld waarover we in ieder geval de mening van de respondent wilden kennen. Dat waren: de integratie tussen de vakinhoudelijke en de beroepsvoorbereidende componenten, de beschikbare tijd en fasering, de tevredenheid over de beroepsvoorbereiding, de doelstelling leesplezier, de canon, de structuuranalyse, de tekstervaringsme-thode, het gebruik van schoolboeken en audio-visuele middelen, het programma en het leerplan, de secundaire literatuur, de samenwerking met andere docenten of instituten, het niveau dat de studenten bereiken, en het oordeel van de docent en van de studenten over het programma. Tot slot vroegen wij de opleiders of zij oplossingen zagen voor de problemen waarmee zij eventueel geconfronteerd worden.
Voor de interviews hielden we rekening met de samenstelling van de responsgroep van de vragenlijst. Twee opleiders zijn werkzaam aan een middelbare normaalschool. Een van hen in het vrije confessionele net, de andere in het rijksonderwijs. De derde docent geeft les aan een universitaire lerarenopleiding.
De interviews hebben een schat aan materiaal opgeleverd. Het was onmogelijk om over alle onderwerpen uitvoerig te rapporteren. Daarom vindt u in dit verslag slechts een weergave van wat de docenten in verband met de aandachtspunten zeiden.
Interview met respondent L Docente aan een Vrij e Katholieke Middelbare Normaalschool.
Hoe is de opleiding tot leraar Nederlands gestructureerd? Ben je daar tevreden over?
De studenten krijgen er gedurende drie jaar acht uur per week Nederlands als stamvak. Die acht uur zijn in de eerste twee jaar verdeeld over zes uur vakinhouden en twee uur didactiek. In het derdejaar wordt dat vier uur didactiek. Het blok vakinhouden in de eerste twee jaar valt uiteen in telkens twee uur linguïstiek, taalbeheersing en literatuur. Op zichzelf is literatuur dus niet zo slecht bedeeld, vindt respondent 1, maar de ervaring leert haar dat men met twee uur per week niet veel kan uitrichten. Naast die acht uur theorie Nederlands komen nog eens de didactische oefeningen. In het eerste jaar beslaan die 9 halve dagen, maar dit aantal loopt op tot 16 weken (de helft van de beschikbare tijd) in het derdejaar. Over dat recent ingevoerde derdejaar, zegt respondent \ dat het eigenlijk veel te vroeg is om de invloed ervan op de lerarenopleiding te beoordelen. Toch vindt ze het in ieder geval al positief dat de