Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 14

Lerarenopleiders over literatuurdidactiek, een onderzoek naar de wijze waarop leraren Nederlands in Nederland en Vlaanderen worden voorbereid op het geven van literatuurlessen
T. Janssen, M. Overmaat, N. Rowan [e.a.]
1988
116 pagina's

literatuur komt op het programma slechts één didactische cursus voor. Die gaat over literatuuropvattingen en draait rond de figuur van Multatuli. Literatuurdidactische nascholing omtrent poëzie-on-derwerpen ontbreekt volledig. Wel is er een sessie die specifiek handelt over het werken met jeugdboeken. Daarnaast is er nog een cursus die te maken heeft met de relatie woord-beeld: interartistiek literatuuronderwijs. Het grootste deel van de nascholing handelt over methoden en benaderingswijzen. Hierin komen aan bod: het werken met drama, tekstervaring, theater in het secundair onderwijs en feministische literatuurkritiek.

Aanvullende gegevens over het nascholingsaanbod werden verkregen via de schriftelijke enquête onder lerarenopleiders. Ruim de helft van de Vlaamse respondenten (56%) was van mening dat er te weinig voorzieningen en faciliteiten zijn voor de nascholing op het gebied van Nederlandse literatuur. 41% vond deze voorzieningen voldoende en 4% vond ze ruim voldoende.

Met name de beschikbare financiële middelen werden onvoldoende geacht (mediane waarde 1.6 op een vierpuntsschaal, waarbij 1 = slecht, 2 = matig, 3 = goed, 4 = uitstekend). Over de kwaliteit van het aanbod, de diversiteit van de onderwerpen, de omvang en duur van de cursussen en de motivatie van de deelnemers was men relatief tevreden (mediane waarden resp. 2.7, 2.6, 2.7 en 2.9). Een derde deel van de respondenten bleek onvoldoende op de hoogte van het nascholingsaanbod om deze vragen te kunnen beantwoorden.

Samenvattend kunnen we concluderen dat een groot deel van de leerkrachten niet vertrouwd is met het verschijnsel nascholing. Dat blijkt duidelijk uit het aanzienlijke aantal respondenten dat de vragen in dit verband niet beantwoordt. Eén docent stelt de vraag of die nascholing überhaupt bestaat.

Wie wel op de hoogte is van nascholing, is over het algemeen tevreden, behalve met betrekking tot het financiële aspect.

Voor zover we dat konden achterhalen, richt het aanbod zich voor het grootste deel op de literatuur.

6.3 Conclusies

Uit de gegevens die we in dit hoofdstuk bijeenbrachten, trekken we

de volgende conclusies:

- Zowel in Nederland als in Vlaanderen is het moeilijk een compleet overzicht te verkrijgen van de nascholingsmogelijkheden voor leraren Nederlands. De nascholing is sterk versnipperd en er is weinig of geen verband tussen de activiteiten van de verschillende instituten. Het verkrijgen van een overzicht voor het studiejaar 87/88 werd voorts bemoeilijkt doordat sommige instituten voor dit studiejaar nog geen definitief programma hadden opgesteld.

Nederlandse Taalunie