Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 15

Leraren over literatuuronderwijs, verslag van een rondvraag onder leraren Nederlands in Vlaanderen en Nederland naar hun ervaringen en problemen bij het geven van literatuurlessen
J. Thissen, D. Neyts, N. Rowan
1988
144 pagina's

lijkheid in verband met het exacte gebruik van audio-visuele middelen, omdat de term "enigermate" rekbaar is).

5.2.4 Deel D. Evaluatie van het literatuuronderwijs, nascholing, problemen en suggesties ter verbetering

De frequentie van evaluaties en peilingen

In dit laatste deel van de vragenlijst hebben we naar een aantal algemene oordelen over de literatuurlessen gevraagd, om te beginnen naar de frequentie van peilingen waarop die oordelen gebaseerd zijn. "Hoe vaak evalueert u de literatuurlessen (bijvoorbeeld door middel van een klassegesprek of een enquĂȘte onder uw leerlingen)?" en "Hoe vaak peilt u het vrijetijdslezen van uw leerlingen (wat ze voor hun plezier lezen, wat hun leesmotieven zijn enz.)?", waren twee vragen waarbij de leraren konden kiezen uit drie antwoordalternatie-ven: "zelden of nooit", "af en toe" en "regelmatig".

Tabel 36

Frequentie van het evalueren van literatuurlessen en van het peilen van het vrijetijdslezen van de leerlingen, weergegeven in percentages van de respondenten

zelden          af en toe regelmatig

ofnooit

evaluatie literatuurlessen 25                 57                 17

peiling vrijetijdslezen            12                 58                 30

Uit de resultaten blijkt dat de meeste leerkrachten af en toe hun lessen evalueren. Slechts 17% doet dat regelmatig. En bij 25% van de leerkrachten gebeurt het zelden of nooit.

Vaker wordt blijkbaar het vrijetijdslezen van de leerlingen gepeild: bijna een derde van de leerkrachten zegt dat die evaluatie geregeld gebeurt, bij 58% gebeurt het af en toe.

De mate van tevredenheid van leraren over de leerlingen De mate van tevredenheid werd gepeild aan de hand van drie verschillende aspecten in verband met de leerlingen: leesgedrag, taalvaardigheid en algemeen ontwikkelingsniveau. De vragen luidden als volgt:

-  Bent u over het algemeen tevreden over het leesgedrag van uw leerlingen ?

-  Bent u tevreden over de (gemiddelde) taalvaardigheid van uw leerlingen ?

-  Bent u tevreden over het (gemiddelde) algemeen ontwikkelingsniveau van uw leerlingen ?

Nederlandse Taalunie