Lexicografie en overheid: aanzet tot een woordenboekbeleid
G. Janssens
1988
64 pagina's
gegeven (m.n. de definities), is eenvoudig begrijpbaar gemaakt. Vooraan in het woordenboek staat een uitvoerige gebruikshandleiding, achteraan vindt men een verantwoording van het werk. (Voor woordenboeken voor jongere kinderen - van ongeveer 4 tot 7 jaar - zie par. 2.1.21.)
Woordenboeken gericht op een publiek van anderstaligen die Nederlands wil leren, zijn het Leerwoordenboek voor buitenlanders (Groningen, Wolters-Noordho 1984) van L. Hart en H. Potter, en het Basiswoordenboek Nederlands van P. de KIe en E. Nieuwborg (Wolters Leuven, derde druk 1987). Het laatste bevat de woorden; die beheerst moet worden door anderstaligen die het examen voor het Certificaat Nederlands als vreemde taal (ingesteld in 1976 door het Belgische Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur en het Nederlandse Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen) willen afleggen op het niveau basiskennis (= middenniveau). Het is eigenlijk een 'aangeklede basiswoordenlijst', d.w.z. dat m morfologische (genus, meervoudsvorming; stamtijden; trappen van vergelijking) en syntactische informatie (verbindbaarheid), over de 2.044 opgenomen lemma's (die ten minste twee tellingen een gemiddelde minimumfrequentie haalden van 5 op 100.000) aan de hand van voorbeeldzinnen ook betekenis en betekenisverschillen, functies en gebruiksmogelijkheden worden gesignaleerd. In drie aanhangsels wordt lijst gegeven van de voornaamste telwoorden en tussenwerpsels, de namen van de d en de maanden, de geografische eigennamen van België en Nederland (met hun afleidingen), informatie over de woordvorming in het Nederlands en een lijst van afkortingen. Het boek is bruikbaar voor studenten en docenten Nederlands als tweei als vreemde taal.
2.1.18. Rijmwoordenboeken en puzzelwoordenboeken
Gelegenheidsdichters en rijmelaars kunnen bij het zoeken naar geschikte rijmwoorden gebruik maken van rijmwoordenboeken. Recente Nederlandse rijmle; zijn o.a.: E. van Altena, Verbazend rijmwoordenboek voor december-dichters (Amsterdam, De Bezige Bij 1972, eerste druk 1960), J. Buydens, Groot systematisc klankalfabetisch rijmwoordenboek (Antwerpen-Amsterdam, De Nederlandse Boekhandel 1977), A.M.C. Ballot-Schim van der Loeff, Nieuw Prisma Rijmwoordenboek (Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum 1987, eerste druk 1964) en J Bakker, Nederlands Rijmwoordenboek (Amsterdam, Uitg. B. Bakker 1987). De boe van Buydens en van Bakker bevatten de grootste aantallen woorden (resp. zo'n 60.( en 65.000). Een goed gebruik van een rijmwoordenboek veronderstelt kennis van d toegepaste ordening. De meeste woordenboeken geven de groepjes van rijmwoorde klankalfabetische volgorde: zo vindt men b.v. eerst de woorden met rijmklank aa ( achterna), daarna de woorden met rijmklank aat (blaat, braad), enz. Bovendien he ze meestal een register dat het opzoeken van een rijm vergemakkelijkt. Niet alle woordenboeken houden bij de classificatie consequent rekening met de klemtoon v woorden: men kan in één en hetzelfde groepje soms woorden vinden met verschille klemtoon, b.v. altruïst, anarchist, arglist. De gebruiker zal daarom bij het rijmen d< nodige voorzichtigheid aan de dag moeten leggen: een aangegeven rijmovereenkon betekent nog niet dat het woord ook ritmisch past. Hulp bij het rijmen vindt men b. het boek van Bakker: het bevat nl. een inleiding over rijmsoorten, rijmstructuren, rijmfouten, versvormen, liedjes, enz.
Puzzelwoordenboeken hebben een zeer specifiek en enkelvoudig doel: ze mi de puzzelaar helpen bij het oplossen van kruiswoordraadsels. Het zijn eigenlijk een soort van 'omgekeerde woordenboeken': ze gaan nl. van begripsomschrijvingen na woorden. Als lemma treft men erin aan opgavetrefwoorden of -trefwoordzinnetjes men die kan vinden in puzzels; achter het lemma staan dan de mogelijke 'oplossing