De Nederlandse Taalunie en de spelling: enige juridische beschouwingen
K. Wellens
1988
82 pagina's
INHOUDSOPGAVE
A. SPELLING EN HET VERDRAG INZAKE DE NEDERLANDSE TAALUNIE 11
3. De tekst van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie: artikel 4, b 14
B. DE BEGRIPPEN "SPELLING", "OFFICIËLE SPELLING", "SCHRIJFWIJZE" EN "SPRAAKKUNST" 18
3. Het begrip "schrijfwijze" 19
4. Het begrip "spraakkunst" 19
C. DE HUIDIGE SITUATDE OP SPELLINGGEBIED: DE BELGISCHE EN NEDERLANDSE WETGEVING 23
1. De huidige spellingregeling in Nederland en België 23
1.1. De Nederlandse spellingregeling 23
1.1.1. De spellingwet van 1947 23
1.1.2. Inventaris van het overig juridisch instrumentarium 24
1.2. De Belgische spellingregeling 25
1.2.1 Het Regentsbesluit van 1946 25
1.2.2. Inventaris van het overig juridisch instrumentarium 26
1.3. Enkele algemene opmerkingen over de Nederlandse en Belgische spellingregeling 27
2.1.1. De wet (i.c. de Spellingwet-1947) 31
2.1.2. Algemene maatregelen van bestuur (i.c. de Koninklijke Besluiten van 1953, 1954, 1955) 32
2.1.3. Circulaires (i.c. circulaires 44375 en 9091 van 1955) 35
2.1.4. De beschikking van de Minister-President a.i. van 26 augustus 1955, no. 44352 37
2.2. De Belgische rechtsorde 39
2.2.7. De Regentsbesluiten van 1946 en 1949 (en het Koninklijke Besluit van 1954) 39