De Nederlandse Taalunie en de spelling: enige juridische beschouwingen
K. Wellens
1988
82 pagina's
verplichtend te stellen, indien zij de bevoegdheid heeft degene die ze moet toepassen te binden en zij verder ook over de middelen beschikt om zelf de handhaving van de richtlijnen af te dwingen" [164]. Men kan de circulaires inzake de officiële spelling beschouwen als richtlijnen die de hier vermelde kenmerken vertonen; zelfs het laatste kenmerk moet geacht worden tot op zekere hoogte aanwezig te zijn [165]. De Minister aan wie globaal genomen de uitvoering van de wet is opgedragen, beschikt over een instructionele macht en deze behelst de bevoegdheid om door algemene richtlijnen, (zelfs) in een materie die geen strakke, absoluut bindende rechtsvoorschriften verdraagt, toch tot een eenvormige toepassing van de wet te komen [166].
Anderzijds beschikt de regering ten opzichte van autonome bestuurslichamen en hun ambtenaren "niet over de instructionele bevoegdheid ... die zij in principe wel heeft ten aanzien van de organen van het rijksbestuur en meer in het bijzonder ten aanzien van de rijksambtenaren" [167].
2.2.3. Het decreet-Vanderpoorten en de huidige toestand
a. Het decreet-Vanderpoorten (1972): achtergrond en draagwijdte
Door de Grondwetsherziening van 1970 werd een artikel 59 bis in de Grondwet opgenomen inzake de culturele autonomie voor de Nederlandse en Franse cultuurgemeenschap. De cultuurraden, namelijk de Cultuurraad van de Nederlandse Cultuurgemeenschap en de Cultuurraad van de Franse Cultuurgemeenschap, kregen de bevoegdheid om een aantal aangelegenheden te regelen bij decreet. Deze decreten hebben kracht van wet respectievelijk in het Nederlandse en Franse taalgebied, alsmede ten aanzien van de instellingen, die in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn en door hun activiteiten moeten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de ene of andere cultuurgemeenschap.
De wetten van 3 en 21 juÜ 1971 gaven concrete uitvoering aan artikel 59 bis en regelden indeling en samenstelling alsmede bevoegdheid en werking van deze cultuurraden [168]. Tot de culturele aangelegenheden, genoemd in artikel 59 bis, par. 2, 1 GW behoren, luidens artikel 2 van de wet van 21 juli 1971, de bescherming en de luister van de taal. De regering preciseerde dat daaronder o.a. de spelling begrepen dient te worden.
Dit is de globale achtergrond voor het decreet-Vanderpoorten. In het relevante Commissieverslag wordt dan ook terecht gesteld: "De grondwetgever heeft de spelling in de bevoegdheidssfeer van de cultuurautonomie geplaatst en derhalve onttrokken aan de nationale wetgever" [169].
Het oorspronkelijke voorstel voorzag dat de spelling van de Nederlandse taal, die in het onderwijs, de openbare instellingen en alle daarmede gelijkgestelde diensten gangbaar is, slechts gewijzigd kon worden door een decreet, goedgekeurd na een advies van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde [170].
Tijdens een bespreking in commissie stelde de Minister van Nederlandse cultuur voor dat de Cultuurraad de schrijfwijze in globo zou bekrachtigen of niet, en dat het probleem van de bastaardwoorden en