Rapport van de Werkgroep ad hoc Spelling
1988
172 pagina's
2 Kritiek op de officiële spellingregelingen
Op alle officiële spellingregelingen is kritiek uitgeoefend. Die uitte zich soms in het niet toepassen van een bepaalde spelling. Zo is uit de negentiende eeuw bekend, dat Bilderdijk weigerde de spelling-Siegenbeek te gebruiken, terwijl Busken Huet en Multatuli De Vries en Te Winkel niet volgden.
Soms ging men er ook toe over een nieuw spellingsysteem te ontwerpen, te propageren en alvast in de praktijk toe te passen. Zo schreven aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw - dus lang vóór 'Marchant' -veel intellectuelen volgens de nooit ingevoerde 'spelling-Kol-lewijn'. Deze lijkt veel op de huidige spelling, afgezien van de achtervoegsels -lijk en -isch, die als -lik en -ies geschreven werden.
Het stond en staat ieder vrij iets dergelijks te doen, voorzover men althans geen officiële stukken schrijft of aan een officieel erkend examen deelneemt. De regering schrijft een bepaalde spelling alleen voor aan overheid en onderwijs, niet aan particulieren.
In deze paragraaf zal in het kort beschreven worden welke kritiek er is uitgeoefend op de huidige spellingregeling, welke concrete activiteiten van overheid en particulieren daarvan het gevolg waren, en welke reacties daarop weer volgden. Tevens zal een beknopt overzicht gegeven worden van de argumenten die in het debat vóór en tegen spellingwijziging werden gebruikt. De kritiek was eerst vooral gericht op de regel van de etymologie, later ook op die van de analogie en de gelijkvormigheid.
De kritiek op de Woordenlijst, het sluitstuk van de momenteel van kracht zijnde spellingregeling, concentreerde zich vooral op de kwestie van de bastaardwoorden. In onderwijs-kringen begroette men de aanwezige tendentie tot vernederlandsing veelal met vreugde, maar werd wel betreurd dat de Woordenlijst niet verder ging en niet consequent was. Daarbuiten bestonden meer bezwaren tegen deze vernederlandsing, begrijpelijkerwijze (zie 1) meer in Nederland dan in België. Over de hele linie was men niet gelukkig met de grote hoeveelheid dubbelvormen (voorkeur- en toegelaten spelling).
De overheid reageerde hierop in eerste instantie door het voorschrijven van de voorkeurspelling (zie 1), waarmee ze in