Voorzetten online

Zoeken naar:

Voorzetten 20

Rapport van de Werkgroep ad hoc Spelling


1988
172 pagina's

In Nederlandse onderwij skringen vond een grote meerderheid dat de commissie niet ver genoeg was gegaan. Dit leidde in 1971 tot de oprichting van de 'Aksiegroep spellingvereen-22           voudiging'. Meer nog dan voor de vernederlandsing van de

bastaardwoorden had deze groep aandacht voor de spelling van de werkwoordsvormen: voor de scholier is dit laatste een probleem waar hij in veel sterker mate mee geconfronteerd wordt dan met de niet altijd zo frequente bastaardwoorden. Er was veel publiciteit van en voor de Aksiegroep, maar na een goed jaar verliep de beweging door gebrek aan overeenstemming tussen de deelnemers.

In België waren de onderwijsorganisaties, wat de bastaardwoorden betreft, in het algemeen voorstander van invoering van de vernederlandste vormen die in de Woordenlijst voorkwamen (meestal de 'toegelaten' spelling); niet van de veel verder gaande voorstellen van Pée/Wesselings. Het vaandel van de strijd voor de vernederlandsing van de bastaardwoorden leek door de Nederlanders van de Vlamingen overgenomen te zijn.

Zowel in Nederland als in België waren schrijvers en academici in het algemeen sterk tegen de voorstellen van de commissie-Pée/Wesseüngs gekant, waarbij ze zich vooral verzetten tegen de voorgestelde spelling van de bastaardwoorden. Ongeveer 70 schrijvers betuigden adhesie aan de actie van de burgemeester van Antwerpen, Lode Craeybeckx, op wiens initiatiefin 1972 een publikatie Sluipmoord op de spelling tot stand kwam. In Nederland startte dr. C.H.A.Kruyskamp, redacteur van het Woordenboek derNe-derlandsche taal en Van Dale, een campagne tegen de voorstellen van Pée/Wesselings, waarvoor hij steun vond bij een duizendtal hoogleraren en wetenschappelijke medewerkers. Ook de uitgevers, vertalers en bibliothecarissen behoorden in het algemeen tot de tegenstanders.

De voorstellen van de commissie-Pée/Wesselings zijn nooit ingevoerd. De Nederlandse overheid was daartoe wel bereid, de Belgische niet. Op twee bijeenkomsten van de betrokken ministers van Nederland en België in 1972 die aan deze zaak gewijd waren, werden geen concrete besluiten genomen. Van lieverlede ontwikkelde zich de gedachte om de zaak over te laten aan een op te richten Nederlands-Belgisch instituut voor de Nederlandse taal, dat later vorm kreeg als de Nederlandse Taalunie (zie hierover verder hoofdstuk II: Spelling onder de Taalunie).